BLOGJES

Ra… ra… dijs

Naast schrijven, lezen en sporten vind ik het ook leuk om te moes-tuinieren. Ik ga niet beweren dat ik groene vingers heb, maar ik leer elk jaar bij. De laatste jaren hebben steeds meer heesters en bloemen in onze achtertuin het veld moeten ruimen voor groenten. Sla staat broederlijk naast de blauwe druifjes en de viooltjes staan te bloeien bij de knoflook. Soms lukt een experiment zoals de massa’s aubergines die ik vorig jaar had, of de succesvolle augurkenteelt van eerverleden jaar, waarin ik voldoende had voor maar liefst zeven potjes zoetzuur! Daarentegen vielen de spruitjes enorm tegen. De stengels stonden de hele zomer in de weg en toen de spruitjes eindelijk geoogst konden worden, zaten ze vol luizen.

Geen experimenten in 2020, had ik me voorgenomen. Alleen maar easy-growing groenten. In potjes zaaide ik tomaten, courgettes, aubergines, augurken en pompoenen voor en stak er halve houten wasknijpers met een lettercode bij. Daarna zorgde ik voor voldoende licht, liefde, warmte en water. En ziedaar de eerste blaadjes kwamen voorspoedig op. Maar toen kwam de regen… en mijn slimme lettercode spoelde van de houtjes.

En dat was een probleem. Heb ik straks veertien pompoenplanten en geen enkele courgette? Of andersom? De blaadjes lijken wel erg veel op elkaar. Ik kon het niet met zekerheid zeggen en op de foto’s van internet durfde ik ook al niet te bouwen.

Ineens schoot me de reclame van de plantsnap-app te binnen. Tuurlijk, dé oplossing. Account aanmaken, wachtwoord bedenken, voorwaarden accepteren… fotootje maken en dan gaat plantsnap me vertellen of het een courgette of een pompoen is.

Wat denk je dat hij zegt: RADIJS.

En dat terwijl ik zeker weet dat het geen radijs is, want ik hou niet van radijs. Nu blijft me niets anders over dan afwachten.

Gelukkig komt de oplossing elke dag een stapje dichterbij.

Mondje open, ogen dicht

‘Ik verras je met een heerlijk stukje bananencake.’ Dat was de bedoeling.

Enthousiast bekeek ik een videofilmpje van iemand die van twee bananen, een ei en nog wat andere dingen een lekkere ‘lukt-altijd-cake’ bakte. De instructie was in het Frans, wat na twee keer kijken, niet echt meer een probleem was. Daarbij werden de hoeveelheden en de ingrediënten nog eens in het Nederlands ondertiteld. Dat schreef ik allemaal op in mijn schrift en ik bestudeerde de werkwijze. Vervolgens woog ik alle ingrediënten secuur af en deed ze in kommetjes, zodat mijn keukentafel eruitzag als de filmset van een kookprogramma.

Ik volgde de handeling van het filmmeisje stap voor stap (kwam er gelukkig net op tijd achter dat ik suiker en zout verwisseld had.) Toen het deeg klaar was, zag het eruit zoals het eruit moest zien. Ik verdeelde het, zoals aanbevolen, over de plakjes banaan in de pan (met anti-baklaag), deed de deksel erop en liet het op zacht vuur in 20 minuten gaar worden.

Klaar is Kees. Schenk de koffie alvast maar in.

Behalve dan dat mijn deeg veel meer gerezen was dan het filmdeeg… En dat mijn deeg toch ietsje minder gaar was dan het filmdeeg… En dat mijn cake ondanks de anti-aanbaklaag toch aanbakte… En dat mijn cake niet in zijn geheel uit de pan gleed, maar in stukken eruit brokkelde …

‘Schat, ik verras je met een heerlijk stukje bananencake,

… maar doe wel je ogen dicht.’

filmpje (over Het gouden lint)

Bibliotheek de Domijnen in Sittard wil haar lezers in deze coronatijd wat extraatjes aanbieden. Onder andere filmpjes van uit eigen werk voorlezende lokale schrijvers. Of ik mee wilde doen. Natuurlijk, mailde ik zonder nadenken terug. Leuk! Ik wist natuurlijk wel dat ik beter ben in schrijven dan in praten, dat ik geen theaterskills heb en geen filmsteruitstraling … maar ach, hoe moeilijk kan het maken van een thuisvideootje zijn? Het internet staat er vol mee.

Ik begon met de voorbereiding, legde mijn nieuwste boek voor me, schoof de decoratieve kamerplant wat naar achteren en zette de camera aan. Stop! Eerst mijn haar. Na zes weken geen kapper, was dat wel een must. Eerste poging. Na een redelijk vloeiende presentatie van ruim zeven minuten bleek dat ik het verkeerde knopje van de camera had ingedrukt. Zeven minuten foto. Geen tekst. Tweede poging. Bij minuut vier ging mijn telefoon af. Derde poging. Nog voor ik goed en wel bezig was, moest ik heftig niezen. (Nee, geen corona) De vierde poging was oké. Dacht ik. Tot ik hem bekeek en afluisterde. In de zesde minuut kwam er met veel herrie een vliegtuig over en eerder ergens keek ik wel héél dom. Voor de vijfde keer begon ik aan hetzelfde verhaaltje en het lukte me om het zonder onderbrekingen af te maken.

Het filmpje is redelijk en/of amateuristisch te noemen. Kijk maar zelf. 

(Het boek valt trouwens wel goed in de smaak. Daarover later meer.)

Waarover nu te bloggen?

Niet over… Corona, daar wordt zoveel over gezegd en geschreven, daar kan ik niets meer aan toevoegen.

Niet over … het weer en de lente; al is dat prachtig, maar het voelt toch egoïstisch om er volop van te genieten met zoveel zieke mensen en mensen die zich uit de naad werken om me heen.

Niet over … hoe ik mijn dagen doorbreng: nee ook dat niet. Dat zal niet veel anders zijn dan bij het gros van de bevolking.

Niet over … de vorderingen van mijn nieuwe boek: nee, want dat boeit me zelf op dit moment ook niet zo.

Waar dan wel over?

Over de nachtmerrieachtige droom die ik had, dan maar?

In een groot hotel was ik met mijn kleinkind op weg naar de knutselruimte. Om die ruimte te bereiken moesten we door een hal waar een enorme mensenmassa stond te wachten tot de deuren van de ontbijtzaal zouden openvliegen. We schuifelden langs de muren. Op gegeven moment zag hij mij niet meer, terwijl ik hem wel nog in het oog had. Het manneke raakte in paniek. Ik probeerde hem te roepen, maar …  ik wist niet hoe hij heette, ik kon echt niet op zijn naam komen! Wat was ik een waardeloze oma!

Beschaamd schrok ik wakker en speelde de scene nog eens in mijn hoofd af.  Ik vergaf het mezelf pas toen ik me realiseerde dat het eigenlijk voor de hand ligt … als je alleen maar kleindochters hebt…

V.K.

Omdat we onze dagen nu anders moeten invullen, heb ik wat alternatieven bedacht.  We hebben het ontbijt in tweeën gedeeld. Dat wil zeggen op tijd opstaan en met een kop koffie het krantje lezen (hij) en aan mijn nieuwe boek werken (ik). Daarna nemen we een echt ontbijt met yoghurt, fruit, thee en brood en in plaats van een paar keer per week naar de fitness of sportclub gaan, bewegen we vervolgens een kwartiertje mee met Olga Commandeur.

Soms lezen we dan via Skype onze kleinkinderen een verhaaltje voor en omdat het dan nog altijd veel te vroeg is om t.v. te kijken of te lezen, heb ik de VK’s op het programma gezet. (VK’s zijn Vervelende Klusjes zoals diepvries ontdooien, klerenkast uitmesten, voorraadkast schoonmaken, knopen en lusjes aannaaien etc. Het voordeel van V.K.’s is, behalve dat het klusje eindelijk aangepakt wordt, dat je er ook een tevreden gevoel van krijgt.)

Vandaag was de koelkast aan de beurt. En omdat ik een lieve man heb (en een hekel aan elektrische huishoudelijke apparaten) ging hij de kamer stofzuigen. Toen de koelkast schoon was, hoorde ik dat er aan de andere kant van de deur nog steeds gestofzuigd werd. Jeetje, daar werd grondig gezogen! Ik dweilde de keuken en we waren tegelijk klaar.

Dacht ik. De stoelen stonden nog op tafel, de mat was opgerold en hij zat aan de stofzuigermond te prutsen. Kapot. Want paste net niet onder de bank.

Met prioriteit wordt er voor morgen een nieuw V.K. ingelast: inderdaad ja het op internet uitzoeken van een nieuwe stofzuiger. Want op zuigers uit het guldentijdperk zit waarschijnlijk geen garantie meer. 

Dónderdig… mer waal de dertiëndje

Aafgespraoke woor det ich mit de trein naar Eindhoven zoe gaon. Dao zoe mien dochter mich oppikke en dan zoewe v’r same mit de auto nao de tuinbeurs in Den Bosch gaon. ’t Woor jäörig, dus ’t waas fieës. Daorom deej ich ’ne trui aan dae bie mien bóks stóng, ’n paar oearebelle in, e bietje ruukwater op en ’n fleurige sjaal óm. 

De trein in Zittert woor op tied. Ich vónj ’ne plaats taegeneuver ’ne jóng mit ’ne snóternaas dae baeter in bèd haw kinne blieve ligke.

Veer kome op tied in Eindhoven aan. Dao woor ‘t drök. Boete raegendje ’t.  Ich bónj mien sjaal opnuuj vas, hóng mien tes euver de sjouwer en onger ane trap deej ich mich de capuchon op. En doe gebeurdje ‘t… ich veulde wie ich mich de oearebel oettrog. Ich bleef staon. Wo is ze gevalle? Emes leep taenge mich aan. Ich keek omlieëg… nieks, ich veuldje oppe kleijer,  onnieks… weer leep emes taenge mich aan… ich bukdje mich, zoog sjoon en stevele… mer gein oearebel. 

Doe bön ich mer doorgeloupe. Want ónger aan ‘n roltrap mit allerlei verkaajde luuj om mich haer is neet de beste plaats om euver de gróndj te kroepe veur ’n oearbel. 

Mer es g’r in Eindhoven ónger ane trap bie spaor 1 get zeentj blinke en is ’t neet drök … dan gaer!

Noorderlicht

Het

Noorder-

licht

Iedereen kent wel de mooie paarse en groene plaatjes die van de Aurora Borealis in tijdschriften en op internet te vinden zijn. Maar het échte Noorderlicht moet je zoeken in Scandinavië, in Lapland, boven de poolcirkel… of in IJsland. En dat laatste gingen we doen. Met het weer hadden we geluk, de sneeuwstorm was net uitgewoed en er was helder weer voorspeld. Winderig, koud, maar helder. De eerste voorwaarde voor het zien van het Noorderlicht was daarmee al vervuld. De tweede voorwaarde hing samen met de aanwezigheid van actieve zonnewinden. De voorspellingen daarvan waren niet zo gunstig, maar het kon allemaal nog ten goede keren. 

Warm aankleden was het advies. En dat deden we. Met een thermisch shirt, twee shirts met lange mouwen, een fleece-trui, een thermische lange legging, een spijkerbroek, skibroek, twee paar sokken, snowboots, een ski-jack, een bodywarmer, muts, hoofdband en sjaal, was ik bijna net zo breed als ik lang (kort) ben, maar ik was wel warm. De bus bracht ons van het sfeervol verlichte Reykjavik naar een uithoek op een schiereiland waar geen lichtvervuiling was. In het donker in de kou wachtten we op het Noorderlicht. Het was volle maan. Dat was niet zo gunstig. Kwestie van afwachten en geluk hebben. Terwijl we wachtten, vroor het dat het kraakte. We zagen de Grote Beer en de Poolster maar geen Noorderlicht. We wachtten verder. Er waren vallende sterren en eindelijk was daar ook het Noorderlicht. 

Hè? Het Noorderlicht? Ik zag geen Noorderlicht, ik zag geen spectaculaire groene en paarse lichtflitsen, ik zag wel een vage grijzige boog aan de donkere hemel, was dat het Noorderlicht? Ja, dat was het Noorderlicht voor vandaag, weliswaar miniem maar dat was toch echt het Noorderlicht. Maar dat spektakel dan? Tja, dat is zeldzaam, dat is als het winnen van een loterij. Maar bij elke loterij is er een troostprijs en die troostprijs heet hier: foto! Het is zo dat er op een goed gelukte foto meer te zien is dan met het blote oog wordt waargenomen. Een goede camera kan de tekortkomingen van het oog gedeeltelijk compenseren. Maar dan moet je weten hoe je met je fototoestel moet omgaan.

Het Noorderlicht, de aurora borealis, ik weet nog steeds niet of ik het gezien heb. Het was er wel, want ik heb het op de foto’s gezien van een paar mensen uit onze groep, maar mijn ogen hebben dat zo niet gezien. En mijn camera ook niet. 

met dank aan R. voor de foto’s

De camera van R, gelukkig wel.

Mergelrijk

Hij wees naar een boom en zei tegen mij: ‘Zullen we daar rond een uur of vier nog wat ballen inhangen? Ik heb er nog over.’ Ik vond het prima. Inderdaad stond er in een hoekje een boom nog een beetje kaal te wezen. Om vier uur kwam hij aanzetten met maar liefst drie volle dozen: ‘Die had ik bedoeld voor buiten, maar daar hangt genoeg.’ In de eerste doos zaten witte bollen van meloenformaat, allemaal apart ingepakt in cellofaan. ‘Mooi!’ zei ik. In de tweede doos zaten zilveren kerstballen van hetzelfde formaat. ‘En daarin zitten gouden,’ zei hij. Maar dat was niet zo. Het waren ook zilveren. 

Terwijl hij de doos in een of ander magazijn ging ruilen voor gouden ballen, pakte ik alvast een witte bol uit het zakje. Er zat een ophanglusje aan, dus de ophanghaakjes die hij had meegebracht, hadden we niet nodig. Ik had de eerste bal nog maar net in de boom hangen, toen hij al terug was met de andere doos en een ladder.

‘Dat wordt weer prachtig,’ zei hij tussen gekscherend en serieus in. ‘Ik heb al veel gezien in mijn leven, maar dit gaat alles slaan.’ Hij deed een stap naar achteren en monsterde de boom zoals een schilder het schilderij bekijkt waar hij aan werkt. Dat was voor mij het teken dat het hier om serieus decoreren ging. Hier werden niet zomaar ballen in de boom gehangen, dit gebeurde met verstand van zaken. Hing mijn witte bal daar dan wel goed? Ja best wel.

Vrolijk zei hij: ‘Als jij me nou de ballen aangeeft, zo’n beetje om de beurt uit elke doos een, dan komen ze lekker verdeeld in de boom te hangen.’ ‘Goed plan,’ zei ik. En dat vond ik ook echt, want mijn manier van kerstbomen versieren is niet meer dan ‘het hangt erin, dus het is goed.’ We werkten lekker door. Ik haalde de ballen uit het zakje, deed er een haakje aan – want met haakje hangen ze toch nog net iets mooier – en hij hing ze op de perfecte plaats in de boom. In totaal hadden we ballen genoeg voor vier bomen.  

Als je me niet gelooft, ga in de grot van Mergelrijk in Valkenburg kijken, daar zie je het meteen: esthetisch verantwoord gedecoreerde bomen, in een lijn met de rest van de grot. Echt de moeite waard.

X en Y

We wandelen in een mooi herfstzonnetje tussen veld en bos naar een naburig dorp. Op een pittige helling kwamen we twee dames tegen die gezellig aan het kletsen waren. Het viel me op dat ze dat ook bleven doen toen ze tegen de heuvel opliepen, die wij afdaalden. Ik groette en maakte een kleine opmerking over hun goede conditie. Na een kort praatje wandelden wij verder. Omlaag. Omhoog. Enkele herfstige foto’s gemaakt. Bijna omvergelopen door een hond met twee meter tak in de bek. neergestreken voor een kopje koffie. Uitgerust verder. Langs de beek kwamen we de beide dames opnieuw tegen en we wisselden weer een paar woorden. Grappig. Ze liepen blijkbaar dezelfde wandeling maar andersom. Een heel eind verder lag er een kaartje op het pad. Het bleek een identiteitskaart te zijn. Op de foto herkenden we een van de twee dames en zij waren nu al drie kilometer van ons verwijderd. Teruglopen had geen zin. Ik stak de kaart in mijn tas en terwijl we erover praatten, laaide mijn ikzoekaltijdallesop-instinct op. De meisjesachternaam van X. was nogal ongebruikelijk, maar door haar mooie handschrift was de achternaam Y. van haar man goed te lezen. Dat werd bevestigd door de gegevens op de achterkant. De kaart bleek afgegeven te zijn in mijn eigen gemeente, dat betekende dus dat X. in een van de (toen nog) zes dorpen moest wonen. Thuis kroop ik meteen achter de computer. Facebook gaf geen resultaat voor X en Y, wat ik gezien de leeftijd, al verwacht had. De Telefoongids kende geen enkele X in de regio, maar wel een Y in S, twee in een ander dorp en er woonde zelfs een Y bij mij om de hoek. Ik belde de Y in S, maar ze was het niet, de Y om de hoek nam niet op, van de beide andere viel er een weg vanwege de verkeerde meisjesnaam, dus moest het de andere zijn. En ze was het! Ik beloofde de kaart zo snel mogelijk bij haar in de bus te stoppen. Ik blij, zij blij. Een paar minuten later ging de telefoon. Het was X! Of ik even aan wilde bellen als ik de kaart kwam brengen. Dat heb ik net gedaan. Ze had een fles wijn voor me klaar staan! 

Het Limburgse meisje

Zondag, bij de boekenmarkt van Kelpen, viel me op dat veel succesvolle boeken het woord ‘meisje’ in de titel hebben. Ik heb daar een klein – niet wetenschappelijk – onderzoekje op losgelaten. Het zijn er echt héél veel.

Ik heb wat verzameld en een poging gedaan ze in groepen in te delen.

  • meisjes met wie iets aan de hand is:

Het verkeerde meisje

het vorige meisje

het verloren meisje

het vreemde meisje

het stille meisje

het vergeten meisje

  • meisjes van wie je nog niet genoeg weet:

het meisje op de foto

het meisje met de vlechtjes

het meisje in de rode jas

Het meisje met de parel

het meisje in de brief

het meisje met sneeuw in het haar

het meisje met de groene ogen

Het meisje zonder naam

Het meisje met zeven namen

  • meisjes die niet alleen zijn: 

het meisje en de pony

het meisje en de soldaat

het meisje en de nacht

het meisje en de miljonair

  • meisjes waar je je geen zorgen over maakt:

een onschuldig meisje

een heel bijzonder meisje

het perfecte meisje

het mooiste meisje

  • meisjes waar je je wél zorgen over maakt:

het waarom meisje 

niemands meisje

meisje vermist

het meisje dat uit het duister kwam

het meisje dat uit de lucht kwam vallen

het meisje met de schaar

  • genummerde meisjes:

het negende meisje

meisje nummer achttien

  • meisjes die ‘zomaar’ ergens lijken te zijn:

meisje in de sneeuw

het meisje in het ijs

het meisje in de trein

het meisje uit de trein

het meisje op de weg

het meisje op de rots

  • meisjes die écht ergens vandaan komen:

het meisje uit Brooklyn

Het meisje uit Buenos Aires

het meisje op de IJsselhoeve

het meisje uit het verscholen dorp

Het Engelse meisje

Het Italiaanse meisje

Het Duitse meisje

Het Deense meisje

en ooit zal ik daar aan toevoegenHet Limburgse meisje