BLOGJES

Haast

Vanmorgen had ik haast. Ik moest voor negen uur in de auto zitten en van te voren wilde ik nog snel naar de supermarkt om daar met mijn volle zegelkaart twee waterglazen te halen. De waterglazen waren op, wat te verwachten was, want het was de allerlaatste dag van de spaaractie.
Terwijl ik met lege handen langs de kassa liep, zag ik daar mijn kapster staan. Tijdens een heel kort praatje, maakte ze een gebaar met haar handen dat ik wel registreerde, maar dat niet echt tot me doordrong. Pas op de fiets naar huis realiseerde ik me wat het voor een gebaar was, haar handen gingen omhoog, ze bewoog met haar vingers, maar ze maakte het gebaar niet af. Wat had ze willen doen? Iets met mijn haar? Zag ik er niet uit? Ik was onder de douche geweest, had mijn haar gewassen en …. nee niet geföhnd…. ook geen gel erin… O, jee…. had ik mijn haar zelfs niet gekamd?

euver vreuger en vandaag

‘Vreuger,’ zaetj ze mit fónkelendje ouge, ‘toen ginge veer te voot nao sjoeal. Door ’t veldj van bie ós nao ‘t durp. Oppe klómpe.’
Ze sjödt mit de kop en wies nao boete wo de sjoeal net oet is. Jóng meuderkes spóje zich mit de kinjer inne auto heives. ‘Kinjer loupe neet mieër. Ze waere mer gehaoldj en gebrach.’
‘Kinjer allein laote euverstake is väöls te gevieërlijk,’ zèk ich. ‘En mit de auto of mit de fiets geit ’t flotter. Es se alles wie vreuger te voot mos doon, hoof se aan wirke neet te dinke.’
Ze huuertj mich aan, mer geit weer door euver vreuger.
‘Vreuger, toen wirkdje de luuj op zóndig neet. Allewiel wirke ze sónjes wie door de waek, ze kriege noeats genóg.’
‘Idderein wiltj zien kinjer gaeve waat ze nuuedig höbbe. En alles is zoea duur gewore det se waal mit twieëman mós wirke om dao te komme.’
‘Vreuger, höb ich ouch väöl mótte wirke. Det woor eimaol zoea. Idderein mós hel wirke. Ich weit nach det ich bie ‘n tant mós gaon poetse. Ich zag taege moder: “Dao gaon ich neet mieër haer, dao mot ich vaege wo nieks ligk.” Mer of ich dao haer ging. Ich haw nieks te wille!’
Euver het wirke det se deej wiej ze jóngk woor is ze nach neet oetverteldj.
‘Inne oorlog höb ich bie ’ne boer gewirk. Mit ’n koppel paerd mós ich de erpel oetvare. Van de boer mós ich de paerd flink laote gaon, mer de rapers moeldjen op mich. Die móste de erpel te wied haole.’
Ich weit nieks truuk te zègke, mer det hoof onneet. Zie is noe ech op dreef.
‘Pap haetj ouch altied hel gewirk. Es ich ’m mit de traktor de plaats op huuerde kómme, mós ich de soep op sjöppe. Dan kós der die drek aete. Hoofde der neet te blaoze.’
Ze liet häöre kop ’n bietje hange. ‘Waat waas det eine goje miens. Zónne goje krieg ich noeats mieër.’
Ich zeen det ze dink aan vreuger, aan det klein maedje op klómpe, aan die jóng vrouw op ’t veldj en aan die vrouw die allein achter bleef. Ich krieg inne gate det ich mit häör baeter euver vreuger kin kalle es euver vandaag.
Ich sjöd ós nach ’n tas kóffie in en vraog: ‘Verteltj mich èns, wiej woor det in de oorlog …’

de krant gehaald

Van iemand die ik goed ken, kwam een appje met een foto binnen. Geen onderschrift. Wel een smiley. Verbaasd bekeek ik de foto. De kisten met boeken vielen meteen op. Daarnaast natuurlijk ook de jonge vrouw in de roze jurk die daar zo mooi in het midden staat. Leuk, dacht ik, toen ik verder las, het is dus een verslagje van de Deventer Boekenmarkt 2018.  Zes kilometer boeken. Volgend jaar ben ik  weer van de partij.  Toen ik beter keek, zag ik dat de vrouw rechts in de hoek erg veel op mij leek. Sterker nog, ik wás het. Ik herkende het shirtje en mijn tas, beide al minstens vijf jaar geleden afgedankt. Mijn haar was wel erg wit, maar bril en houding, ja dat was ik in Deventer op de boekenmarkt in 2013. Dan zijn ze daar bij de krant wel erg zuinig op hun foto’s, dacht ik. Of misschien had de fotograaf dit jaar geen zin in foto’s maken. In elk geval had ik toch weer mooi de krant gehaald. Helaas slechts alleen maar opgemerkt door onze zoon.

 

Bijzonder blij

Als je naar de foto’s kijkt, denk je misschien: hm… een boek, een groepje sporters bij een vijver, dat is niet bijzonder. Maar voor mij is het dat wel.

 

Het boek is de nieuwste jubileumomnibus van Zomer en Keuning waar een kort verhaal van mij in staat en ik vind het nog altijd bijzonder mijn verzinsels in een boek te zien staan.

 

 

Van beide andere foto’s word ik blij. Met de ZML (Zondag Morgen Lopers) rennen we al zo’n vijftien jaar elke week een uurtje door de Brunssummerheide. Ik ben er dankbaar voor dat mijn lijf dat nog altijd toelaat.
Afgelopen zondag kwamen we langs de de vijver (die Koffiepoel heet. )‘Kijk eens hoe mooi!’ riep iemand. ‘Fotomomentje!’ riep een ander… en even later werd de foto gemaakt. Het resultaat mag er zijn: alleen maar vrolijke gezichten.

 

 

 

 

de week van…

drukproeven en postnl.nl

 

 

 

 

Donderdag:
er komt een uitgeprinte drukproef van Late lente (= roman voor oktober 2018) naar je toe, zegt mijn uitgever in Utrecht.  Is al op de post, heb je het voor het weekend.

Vrijdag:
een heel hoofdstuk herschreven van NogGeenGoedeTitel (= roman voor 2019)

Zaterdag:
nog geen drukproef ontvangen: wel een half hoofdstuk herschreven van NGGT en naar een leuk feestje geweest.

Zondag:
rustdag voor postnl.nl en na het herschrijven van de andere helft van het hoofdstuk ook rust voor mij.

Maandag:
geen drukproef ontvangen. Maar op maandag wordt niet bezorgd. Hoe terecht dat is, kan ik niet beoordelen.

Dinsdag:
vroeg in de ochtend: rode pen en vergrootglas klaargelegd.
vroeg in de avond: pen en vergrootglas onverrichterzake opgeruimd en nog even gaan fietsen.

Woensdag:
vroeg in de ochtend: noodgedwongen de uitgever om een nieuwe drukproef gevraagd
laat in de ochtend: ring ring, ja hoor het brievenbuspakje!!
midden in de middag: op de site van postnl.nl op ‘late bezorging’ gezocht. Nul hits. Wel de mogelijkheid tot chatten met een van onze agenten gezien. Na een half uur vergeefs wachten de verbinding maar weer verbroken. Er was niemand beschikbaar.

Ineens drong het tot me door: Die postnl.nl medewerker is natuurlijk meteen vandaag met mijn nieuwe brievenbuspakje vanuit Utrecht naar Limburg vertrokken.
En Limburg is ver… heel ver.
Dus spreekt het vanzelf dat de tarieven binnenkort weer verhoogd worden.

warm warmer warmst – heet heter heetst – goed beter best

 

 

 

Buiten warm. Binnen warm. Buiten zoek ik de schaduwrijke plekjes op. Soms heb ik het geluk dat er een zuchtje wind naar me toe komt. Binnen, schrijvend aan mijn nieuwe boek, is het zo mogelijk nog warmer. De tuindeur staat open, maar het enige effect is dat de warme lucht van binnen zich vermengt met de warme lucht van buiten. Alle planten in pot en tuin smeken om water.

Gisteren, na weken van puffen en zweten, was de weerman eindelijk bereid een flinke bui te voospellen. De hele dag was het, in afwachting van de regen, warm, warmer, warmst en heet, heter, heetst. Van regen niets te merken. De zon bleef maar schijnen. Tegen de avond zag ik eindelijk donkere wolken aan komen drijven, zwaluwen vlogen hoog in de lucht en de wind stak op… Er vielen een, twee, drie… acht, negen, tien druppels… Uit de tuinen in de buurt klonk gejuich. Ineens brak de bewolking open en het was weer droog.

Tja, eerlijk is eerlijk, het warme weer heeft zo ook zijn voordelen: het aubergine-experiment gaat slagen en zulke dikke tomaten heb ik nog nooit gehad.
Goed beter best.

lang-lang-kort-kort… of half-half

De titel van dit blogje is geen morse, slaat niet op mijn kapsel, maar op mijn schrijfactiviteiten van dit moment. Lang, lang, dat zijn de twee romans die ‘af’ zijn. (Late lente is echt klaar om gedrukt te worden, van Rita wacht ik de mening van de uitgever nog af.)

Kort, kort, dat zijn de blogjes die ik schrijf omdat ik het gewoon niet laten kan. (Ik vraag me af of er überhaupt iemand is die mijn blogjes leest.)

Tja en halflang… dat is het verhaal waar ik nu aan bezig ben. Ik werk er lang niet zo fanatiek aan als aan mijn andere romans. Vraag mij niet waarom. Geen idee.
De hoofdpersoon heet Claire en ze heeft in het eerste hoofdstuk al heel wat met haar omgeving te verhapstukken.  Bovendien heb ik nog duizend ideeën over wat er verder nog allemaal met haar gaat gebeuren.Nee, ik benijd Claire niet. Maar we gaan verder, Claire en ik. Totdat Claire weet of ze een roman gaat worden. Of een kort verhaal. Of helemaal niks.

 

 

weg van jezelf

Afgelopen week maakten we een fietstocht. We zouden de boel de boel laten en gewoon onze benen het werk laten doen. Geen grote plannen, alleen maar wat kletsen. En genieten van de omgeving, het weer, de mensen, het eten en de wijn. Nergens aan denken, niet piekeren: onze zinnen verzetten, meer niet.
We hadden gekozen voor een rondje Bodensee. Van de Oostenrijkse stad Bregenz via Zwitserland, Duitsland en het bloemeneiland Mainau weer naar Bregenz. Voor mensen die ervaring hebben met fietsvakanties is de duur, de afstand en de zwaarte van de tocht niet echt spectaculair maar voor ons was het op dit moment perfect.
Alles was zoals we het maar konden wensen, de zon scheen, de mensen waren vriendelijk en het landschap was prachtig.
Maar toch… de rozen op het eiland Mainau stuurden mijn gedachten naar Late lente dat over rozen gaat en in oktober gaat verschijnen… via dat verhaal belandde ik bij verdrietige herinneringen aan een goede vriend … we passeerden slot Montfort dat me terugbracht naar mijn jeugd … ik maakte foto’s van een Hundertwasser gebouw en besloot dat die boven het bureau zouden komen te hangen en ik reed mijn achterband lek. Toen ik mopperend en zwetend een uur lang langs een drukke weg moest lopen, drong tot me door dat je – hoe ver je ook gaat – je jezelf toch altijd meeneemt.

‘Koffie’-bonen in de moestuin

Moestuinen zijn in. De supermarkt deelt kruidenpotjes uit en op internet vind je allerlei informatie over het (biologisch) kweken van groenten en fruit. En ook ik begon een aantal jaren geleden met het planten van een paar tomatenplanten in de border. Dat die tomaten een vlinderstruik en een forsythia als buren hadden, leek ze niet te deren; ze groeiden voorspoedig en gaven rijkelijk vruchten. Die oogst aan smakelijke rijpe tomaten stimuleerde mij enorm en het jaar daarop breidde ik mijn moestuintje uit.  Courgettes, aardbeien, en prei wonnen het van de vlinderstruik. Op de plaats van de schoenlappersplanten kwamen worteltje en sla en in plaats van twee tomatenplanten namen er we tien.
Er was een jaar waarin alle aardbeien voor de vogels waren en ik tevergeefs probeerde erwten te kweken, in een ander jaar eiste de prei-mot de helft van mijn prei op.  (Om dit in een goed perspectief te plaatsen, het waren dertien planten; want zo groot is onze tuin nou ook weer niet.)
In een overmoedige bui plantte ik vorig jaar drie pompoenen. Daarmee was meteen de helft van de beschikbare grond ingenomen. Dit jaar dus geen pompoenen en het net ligt al over de aardbeien.
Nu, op de helft van mei, zie ik veelbelovende tomaatjes, aardbeien met blozende wangen, lente-uitjes, wortelen en prei. Helaas zijn de slakken er met bijna al mijn courgettes en mijn sla vandoor. Ik hoop dat ze vergeten zijn waar ze de boel gehaald hebben, zodat een nieuwe ronde zaai- en pootronde het wel haalt.

Vandaag heb ik op de plaats waar de narcissen stonden prinsessenboontjes gepoot. En omdat ik heb horen zeggen dat koffiedrab goed zou zijn, heb ik er telkens wat koffiedrab bij gedeponeerd.
Het is een risico, die ‘koffie’-bonen, ik weet het. Voor het hetzelfde geld eten we straks bruine bonen

Achterlicht

De avond begon te vallen toen we over A2 naar huis reden. Links van ons flitste de ene na de andere auto voorbij, maar wij hadden geen haast en de stroomsnelheid van de rechterbaan beviel ons prima. Zodoende zag ik achterlichten, heel veel verschillende achterlichten. Ik begon erop te letten.
Er waren lelijke achterlichten. En saaie achterlichten die uit fantasieloze rechthoekjes en ovaaltjes bestonden. Maar er waren ook prachtige lichten. Ik was weg van een strak belijnde op zijn kant liggende U. Daarna passeerde een gestileerde L. Het in eerste instantie saaie rondje was, bij nadere beschouwing, opgebouwd uit een aantal kleiner wordende cirkels. Ook leuk. Een grote (dure?) auto bezat twee mooie helderrode strepen. Ik zag een trapezium en iets wat op een accolade leek.
Bestonden er achterlichtontwerpers, vroeg ik me af? Vast wel.
Of zouden de ontwerpers van de auto’s de achterlichten meenemen in hun ontwerp? Kan ook.
Naarmate de rit vorderde, stelde ik vast: hoe duurder de auto, hoe mooier het achterlicht. Nee, geen verrassende conclusie. De tweede conclusie: hoe ouder de auto, hoe saaier het licht, was ook niet verrassend.
Thuis gekomen, rende ik natuurlijk meteen naar de achterkant van onze auto. Hele saaie lichten! Dat was geen verrassing, maar wel jammer.
Ik zou best achterlichten willen hebben in de vorm van een mooie letter M; mijn man zou misschien een W willen hebben… een omkeerbaar achterlicht, was dat wat?
Ondertussen reed mijn man onze auto de garage in. En deed de lichten uit.
Ach, dacht ik, onze lichten zijn prima. En overdag zie je ze toch niet.