Het Limburgse meisje

Zondag, bij de boekenmarkt van Kelpen, viel me op dat veel succesvolle boeken het woord ‘meisje’ in de titel hebben. Ik heb daar een klein – niet wetenschappelijk – onderzoekje op losgelaten. Het zijn er echt héél veel.

Ik heb wat verzameld en een poging gedaan ze in groepen in te delen.

  • meisjes met wie iets aan de hand is:

Het verkeerde meisje

het vorige meisje

het verloren meisje

het vreemde meisje

het stille meisje

het vergeten meisje

  • meisjes van wie je nog niet genoeg weet:

het meisje op de foto

het meisje met de vlechtjes

het meisje in de rode jas

Het meisje met de parel

het meisje in de brief

het meisje met sneeuw in het haar

het meisje met de groene ogen

Het meisje zonder naam

Het meisje met zeven namen

  • meisjes die niet alleen zijn: 

het meisje en de pony

het meisje en de soldaat

het meisje en de nacht

het meisje en de miljonair

  • meisjes waar je je geen zorgen over maakt:

een onschuldig meisje

een heel bijzonder meisje

het perfecte meisje

het mooiste meisje

  • meisjes waar je je wél zorgen over maakt:

het waarom meisje 

niemands meisje

meisje vermist

het meisje dat uit het duister kwam

het meisje dat uit de lucht kwam vallen

het meisje met de schaar

  • genummerde meisjes:

het negende meisje

meisje nummer achttien

  • meisjes die ‘zomaar’ ergens lijken te zijn:

meisje in de sneeuw

het meisje in het ijs

het meisje in de trein

het meisje uit de trein

het meisje op de weg

het meisje op de rots

  • meisjes die écht ergens vandaan komen:

het meisje uit Brooklyn

Het meisje uit Buenos Aires

het meisje op de IJsselhoeve

het meisje uit het verscholen dorp

Het Engelse meisje

Het Italiaanse meisje

Het Duitse meisje

Het Deense meisje

en ooit zal ik daar aan toevoegenHet Limburgse meisje 

Einde

EINDE, ook dat woord controleer ik. Einde… het staat op de laatste bladzijde van mijn nieuwe familieroman Een gouden lint. En het woord klopt. Er zit geen fout in en het staat op de goede plaats. 

Ik hoop dat dat voor de andere 73.500 woorden ook geldt. Dat ze goed gekozen zijn, goed gespeld zijn en op de goede plaats staan. Voor de zoveelste keer in het laatste half jaar heb ik het verhaal herschreven, bewerkt en doorgenomen en nu is het KLAAR. Ik ben er tevreden over. Met een diepe zucht sla ik het bestand op en mail het naar de uitgever. Nu is zij aan zet. Ik hoop: 

dat ze het boek net zo leuk vindt als ik; dat ze het goed genoeg vindt om uit te geven; dat er een mooie kaft omheen komt; dat ik het volgend jaar in mijn handen zal hebben; dat de lezers het met plezier zullen lezen; dat het me lukt weer een nieuw verhaal te schrijven;

en dat ik daar dan weer tevreden EINDE onder kan zetten…

plat kalle en Hollans sjrieve

Worom det ich plat kal en in ’t Hollans sjrief:

Dao zeen versjillende raeje veur die allemaol mit-ein samenhange, mer de belangriekste is drek ouch de simpelste: de oetgaeverie wo ich veur sjrief (Zomer & Keuning) is ’ne Hollanse oetgaeverie. Die zitte in Utrecht. Ich höb e saortement aafspraok mit hun det ze idder jaor e book van mich kriege. 

Dit, Een verre vriend,is miene zevendje roman dae dao oetgegaeve weurtj. (Van nummer acht, veur 2020, höb ich net de ieëste versie aaf, mer die is nag neet good gekeurdj door de oetgaever.) Van de zeve beuk die dao óngertösse versjene zeen, zeen d’r twieë die behalve det ze in Limburg spele, ouch echte Limburgs thema’s höbbe. Tussen twee grenzenspeeltj in de buurt van Zittert en geit euver de Selfkantwestie. Zwarte ogen groene ogenis e verhaol det róndj de Emma-mien in Gebrook speeltj in de jaore 50-60.De anger romans zeen väöl algemeiner van aard. Ouch de kinjerbeuk die ich gesjreve höb zeen in ’t Hollans. Op ein nao: Mijn abc, det is e drietalig prentenbeukse mit begrippe in ’t Limburgs, ’t Hollans en ’t Ingels.

Twieëdje puntj. Nao mien middelbare sjoeal bön ich in de bibliotheek gaon wirke en al waat se dan luues is in ’t Hollans.  En es se dan verhoes nao Den Haag en daonao nao Gebrook, huuer se en kal se mieër Hollans es plat. Daodoor waerdje mien Hollanse waordensjat groter mer nuuj Moferter wäörd kome d’r neet bie, die ginge draaf. Wie ich begós mit lieëre sjrieve wore de lesse en de cursussen allemaol in ’t Hollans. 

Natuurlik lik plat korter bie mich, sommige tekste, b.v. columns en sommige gedichte  sjrieve zich baeter in ’t  Limburgs. Ich bön neet veur nieks lid van de Sjrieverskrink, doon mien bès veur Platbook en veur Veldgewas en höb zelfs in 2013 de literatuurpries gewónne. Ich zoew ouch bès ‘ne roman in ’t Limburgs wille sjrieve, mer ja, dao zeen neet väöl Limburgse oetgaeverieje wo se mit dien manuscripte terech kins. En esse dan kins keze tösse ‘ne roman in ’t Limburgs dae inne laaj blief ligke of ‘ne roman in ’t Hollans dae oetgegaeve weurtj… tja… dan is ’t waal dudelik wo ich veur kees. Dao kump nag bie dat Z&K ‘n gooj oetgaeverie is en det ich blie bön det ich dao d’r tösse bön geroldj. 

Hattrick

Wat is een hattrick?

Wanneer een persoon drie maal in een wedstrijd een bijzondere prestatie levert, wordt dat een hattrick genoemd. Oorspronkelijk komt de term uit de cricketsport, waar ooit iemand een drievoudige uitzonderlijke prestatie leverde, die beloond werd met een hoed, een ‘hat’ .

Wat is een mini – hattrick?

Die bestaat niet. Er bestaat wel een zuivere hattrick en een variant die Duits wordt genoemd, maar een mini-hattrick bestaat niet. Toch voelde het voor mij op Goede Vrijdag wel zo. Op die dag kreeg ik voor drie verschillende romans, van drie verschillende kanten, mooie dingen aangereikt. Misschien denk je nu… aangereikt… dat is toch niet echt een prestatie leveren. Ja en nee is dan mijn antwoord. Nee, want ik presteerde niets op dat moment, maar ja, ik had er eerder voor gewerkt, geploeterd en getobd.

  1. Voor Late lente (mijn boek van 2018) kreeg ik (alweer) een recensie met vier sterren, 
  2. Voor Een verre vriend (mijn boek van 2019) kreeg ik een doos met tien presentexemplaren,
  3. Voor Een gouden lint (werktitel voor mijn boek van 2020) kreeg ik anderhalf werkbaar idee. 

Mag ik dat alsjeblief een mini – hattrick noemen?

‘uit eigen werk’

Schrijfster Marleen Schmitz leest voor uit eigen werk,’zo kondigde Buurtbieb De Bookgaard mij aan. Die aankondiging alleen al maakte me nerveus. Schrijfster leest voor uit eigen werk… dat klonk alsof ik iets geweldigs ging doen.

Ik wist natuurlijk wel dat ik had afgesproken bij de opening van de Buurtbieb een paar columns en wat verhaaltjes voor te lezen, maar was dat hetzelfde als voorlezen uit eigen werk? Laatst was ik in de schouwburg bij Tommy Wieringa, díe las voor uit eigen werk, maar ik?

Toch… wie A zegt moet B zeggen. Twee ochtenden besteedde ik aan het voorbereiden van een praatje en het uitzoeken van geschikte teksten. Als binnenkomer had ik van mijn uitgever Zomer & Keuning een stapel splinternieuwe boeken meegekregen, maar toch zat ik met klamme handen in de auto op weg naar Maria Hoop. Ik beloofde mezelf dat dit echt de allerlaatste keer was dat ik zo’n soortement lezing voor publiek zou verzorgen.

De zaal was in stijl versierd en oogde gezellig. Pontificaal in het midden stond een stoel, er was een microfoon en langzaam druppelden de mensen binnen. Het werd gezellig druk en voordat ik het wist was ik aan de beurt. Mijn verhalen vielen in de smaak en het gaf me een goed gevoel dat er écht naar mij werd geluisterd.

foto G.Perree

Naderhand praatte ik met een vrouw van mijn leeftijd die – dankzij mijn research bij Zwarte ogen groene ogen – een jeugdherinnering aan haar vader had gekregen. Ik kreeg ook van iemand de vraag of ik nog een keer ergens anders wilde voorlezen. (Grote twijfels). En er was een bezorgde moeder die meende dat haar zieke dochter, dank zij mij en ‘mijn eigen werk’, een goede middag had gehad. Dat waren mooie momenten. En dat blijven mooie momenten, ook wanneer het prachtige bloemstuk dat nu op mijn kast staat, verwelkt is.

Bedankt

Bedankt lieve lezeres,

je zei tegen mij dat je, vanwege de laatste hoofdstukken van Late lente, te laat op een afspraak verschenen was. Voor jou niet zo leuk, maar voor mij het teken dat het met mijn roman wel goed zit. Je was teleurgesteld toen ik zei dat mijn nieuwe boek geen vervolg op Late lente was, want je wilde zo graag weten hoe het verder met Liesbeth ging. Of ze misschien dit of dat ging doen. Je zou het zo leuk vinden als dat ene zus of zo werd opgelost. Maar misschien was Liesbeth dat helemaal niet van plan en ging ze lekker met Toon … Weet je, lieve J, over een vervolg had ik tot op dat moment nog niet nagedacht. Een verre vriend dat in april 2019 zal verschijnen, gaat over Rita en Rutger en ook in het boek waar ik nu aan bezig ben, komt Liesbeth niet voor. Maar wie weet, misschien in het boek dat dáárna komt? Ik hou je op de hoogte. Groetjes, Marleen

Dat Boek

Over Dat Boek en het schrijven van Late lente

Bijna drie jaar lag Dat Boek op mijn nachtkastje voordat ik erin begon te lezen. Het verhaal boeide me al vanaf de eerste zin, maar ik had tegelijkertijd ook de neiging Dat Boek dicht te klappen.

De hoofdpersoon van het verhaal was een vrouw van middelbare leeftijd die plotseling alleen kwam te staan. Na twintig bladzijden wist ik dat haar zoon niet de weg ging kiezen die zij voor hem uitgestippeld had. Na nog zes bladzijden legde ik Dat Boek weg. Definitief weg. Want de plotseling overleden echtgenoot had zijn vrouw met de nodige problemen achtergelaten.

Ik lag lang wakker die nacht. Als ik de eerste versie van een boek aan het schrijven ben, lees ik met opzet nooit een boek van een andere schrijver, omdat ik bang ben dat ik daar onbewust iets van zou kunnen overnemen. En nu dit!

Het is een van de ergste dingen die een schrijver kan overkomen, denken dat je een origineel verhaal schrijft en er dan achter komen dat iemand een soortgelijk verhaal heeft geschreven. Ik wist zeker dat ik Dat Boek nog niet gelezen had toen ik Late lente schreef. Maar toch…

Late lente, gaat over Liesbeth, een vrouw van vijftig die na de hartaanval van haar man haar leven opnieuw vorm moet geven. Ze wordt geconfronteerd met de onzekere toekomst van hun bedrijf en een zoon die zijn eigen plannen maakt.

Ik ben nu een beetje van de schrik bekomen. Want hoeveel boeken zouden er zijn over vrouwen met overleden echtgenoten en eigenwijze zonen? Mijn Late lente is heel anders dan het boek waar ik zo van schrok.

Toch heb ik Dat Boek niet uitgelezen. Sterker nog, ik heb het bij het oud papier gelegd. En nee, je hoeft me niet naar de titel te vragen: die heb ik uit mijn geheugen gewist.

de krant gehaald

Van iemand die ik goed ken, kwam een appje met een foto binnen. Geen onderschrift. Wel een smiley. Verbaasd bekeek ik de foto. De kisten met boeken vielen meteen op. Daarnaast natuurlijk ook de jonge vrouw in de roze jurk die daar zo mooi in het midden staat. Leuk, dacht ik, toen ik verder las, het is dus een verslagje van de Deventer Boekenmarkt 2018.  Zes kilometer boeken. Volgend jaar ben ik  weer van de partij.  Toen ik beter keek, zag ik dat de vrouw rechts in de hoek erg veel op mij leek. Sterker nog, ik wás het. Ik herkende het shirtje en mijn tas, beide al minstens vijf jaar geleden afgedankt. Mijn haar was wel erg wit, maar bril en houding, ja dat was ik in Deventer op de boekenmarkt in 2013. Dan zijn ze daar bij de krant wel erg zuinig op hun foto’s, dacht ik. Of misschien had de fotograaf dit jaar geen zin in foto’s maken. In elk geval had ik toch weer mooi de krant gehaald. Helaas slechts alleen maar opgemerkt door onze zoon.

 

de week van…

drukproeven en postnl.nl

 

 

 

 

Donderdag:
er komt een uitgeprinte drukproef van Late lente (= roman voor oktober 2018) naar je toe, zegt mijn uitgever in Utrecht.  Is al op de post, heb je het voor het weekend.

Vrijdag:
een heel hoofdstuk herschreven van NogGeenGoedeTitel (= roman voor 2019)

Zaterdag:
nog geen drukproef ontvangen: wel een half hoofdstuk herschreven van NGGT en naar een leuk feestje geweest.

Zondag:
rustdag voor postnl.nl en na het herschrijven van de andere helft van het hoofdstuk ook rust voor mij.

Maandag:
geen drukproef ontvangen. Maar op maandag wordt niet bezorgd. Hoe terecht dat is, kan ik niet beoordelen.

Dinsdag:
vroeg in de ochtend: rode pen en vergrootglas klaargelegd.
vroeg in de avond: pen en vergrootglas onverrichterzake opgeruimd en nog even gaan fietsen.

Woensdag:
vroeg in de ochtend: noodgedwongen de uitgever om een nieuwe drukproef gevraagd
laat in de ochtend: ring ring, ja hoor het brievenbuspakje!!
midden in de middag: op de site van postnl.nl op ‘late bezorging’ gezocht. Nul hits. Wel de mogelijkheid tot chatten met een van onze agenten gezien. Na een half uur vergeefs wachten de verbinding maar weer verbroken. Er was niemand beschikbaar.

Ineens drong het tot me door: Die postnl.nl medewerker is natuurlijk meteen vandaag met mijn nieuwe brievenbuspakje vanuit Utrecht naar Limburg vertrokken.
En Limburg is ver… heel ver.
Dus spreekt het vanzelf dat de tarieven binnenkort weer verhoogd worden.

lang-lang-kort-kort… of half-half

De titel van dit blogje is geen morse, slaat niet op mijn kapsel, maar op mijn schrijfactiviteiten van dit moment. Lang, lang, dat zijn de twee romans die ‘af’ zijn. (Late lente is echt klaar om gedrukt te worden, van Rita wacht ik de mening van de uitgever nog af.)

Kort, kort, dat zijn de blogjes die ik schrijf omdat ik het gewoon niet laten kan. (Ik vraag me af of er überhaupt iemand is die mijn blogjes leest.)

Tja en halflang… dat is het verhaal waar ik nu aan bezig ben. Ik werk er lang niet zo fanatiek aan als aan mijn andere romans. Vraag mij niet waarom. Geen idee.
De hoofdpersoon heet Claire en ze heeft in het eerste hoofdstuk al heel wat met haar omgeving te verhapstukken.  Bovendien heb ik nog duizend ideeën over wat er verder nog allemaal met haar gaat gebeuren.Nee, ik benijd Claire niet. Maar we gaan verder, Claire en ik. Totdat Claire weet of ze een roman gaat worden. Of een kort verhaal. Of helemaal niks.