Hattrick

Wat is een hattrick?

Wanneer een persoon drie maal in een wedstrijd een bijzondere prestatie levert, wordt dat een hattrick genoemd. Oorspronkelijk komt de term uit de cricketsport, waar ooit iemand een drievoudige uitzonderlijke prestatie leverde, die beloond werd met een hoed, een ‘hat’ .

Wat is een mini – hattrick?

Die bestaat niet. Er bestaat wel een zuivere hattrick en een variant die Duits wordt genoemd, maar een mini-hattrick bestaat niet. Toch voelde het voor mij op Goede Vrijdag wel zo. Op die dag kreeg ik voor drie verschillende romans, van drie verschillende kanten, mooie dingen aangereikt. Misschien denk je nu… aangereikt… dat is toch niet echt een prestatie leveren. Ja en nee is dan mijn antwoord. Nee, want ik presteerde niets op dat moment, maar ja, ik had er eerder voor gewerkt, geploeterd en getobd.

  1. Voor Late lente (mijn boek van 2018) kreeg ik (alweer) een recensie met vier sterren, 
  2. Voor Een verre vriend (mijn boek van 2019) kreeg ik een doos met tien presentexemplaren,
  3. Voor Een gouden lint (werktitel voor mijn boek van 2020) kreeg ik anderhalf werkbaar idee. 

Mag ik dat alsjeblief een mini – hattrick noemen?

‘uit eigen werk’

Schrijfster Marleen Schmitz leest voor uit eigen werk,’zo kondigde Buurtbieb De Bookgaard mij aan. Die aankondiging alleen al maakte me nerveus. Schrijfster leest voor uit eigen werk… dat klonk alsof ik iets geweldigs ging doen.

Ik wist natuurlijk wel dat ik had afgesproken bij de opening van de Buurtbieb een paar columns en wat verhaaltjes voor te lezen, maar was dat hetzelfde als voorlezen uit eigen werk? Laatst was ik in de schouwburg bij Tommy Wieringa, díe las voor uit eigen werk, maar ik?

Toch… wie A zegt moet B zeggen. Twee ochtenden besteedde ik aan het voorbereiden van een praatje en het uitzoeken van geschikte teksten. Als binnenkomer had ik van mijn uitgever Zomer & Keuning een stapel splinternieuwe boeken meegekregen, maar toch zat ik met klamme handen in de auto op weg naar Maria Hoop. Ik beloofde mezelf dat dit echt de allerlaatste keer was dat ik zo’n soortement lezing voor publiek zou verzorgen.

De zaal was in stijl versierd en oogde gezellig. Pontificaal in het midden stond een stoel, er was een microfoon en langzaam druppelden de mensen binnen. Het werd gezellig druk en voordat ik het wist was ik aan de beurt. Mijn verhalen vielen in de smaak en het gaf me een goed gevoel dat er écht naar mij werd geluisterd.

foto G.Perree

Naderhand praatte ik met een vrouw van mijn leeftijd die – dankzij mijn research bij Zwarte ogen groene ogen – een jeugdherinnering aan haar vader had gekregen. Ik kreeg ook van iemand de vraag of ik nog een keer ergens anders wilde voorlezen. (Grote twijfels). En er was een bezorgde moeder die meende dat haar zieke dochter, dank zij mij en ‘mijn eigen werk’, een goede middag had gehad. Dat waren mooie momenten. En dat blijven mooie momenten, ook wanneer het prachtige bloemstuk dat nu op mijn kast staat, verwelkt is.

Bedankt

Bedankt lieve lezeres,

je zei tegen mij dat je, vanwege de laatste hoofdstukken van Late lente, te laat op een afspraak verschenen was. Voor jou niet zo leuk, maar voor mij het teken dat het met mijn roman wel goed zit. Je was teleurgesteld toen ik zei dat mijn nieuwe boek geen vervolg op Late lente was, want je wilde zo graag weten hoe het verder met Liesbeth ging. Of ze misschien dit of dat ging doen. Je zou het zo leuk vinden als dat ene zus of zo werd opgelost. Maar misschien was Liesbeth dat helemaal niet van plan en ging ze lekker met Toon … Weet je, lieve J, over een vervolg had ik tot op dat moment nog niet nagedacht. Een verre vriend dat in april 2019 zal verschijnen, gaat over Rita en Rutger en ook in het boek waar ik nu aan bezig ben, komt Liesbeth niet voor. Maar wie weet, misschien in het boek dat dáárna komt? Ik hou je op de hoogte. Groetjes, Marleen

Dat Boek

Over Dat Boek en het schrijven van Late lente

Bijna drie jaar lag Dat Boek op mijn nachtkastje voordat ik erin begon te lezen. Het verhaal boeide me al vanaf de eerste zin, maar ik had tegelijkertijd ook de neiging Dat Boek dicht te klappen.

De hoofdpersoon van het verhaal was een vrouw van middelbare leeftijd die plotseling alleen kwam te staan. Na twintig bladzijden wist ik dat haar zoon niet de weg ging kiezen die zij voor hem uitgestippeld had. Na nog zes bladzijden legde ik Dat Boek weg. Definitief weg. Want de plotseling overleden echtgenoot had zijn vrouw met de nodige problemen achtergelaten.

Ik lag lang wakker die nacht. Als ik de eerste versie van een boek aan het schrijven ben, lees ik met opzet nooit een boek van een andere schrijver, omdat ik bang ben dat ik daar onbewust iets van zou kunnen overnemen. En nu dit!

Het is een van de ergste dingen die een schrijver kan overkomen, denken dat je een origineel verhaal schrijft en er dan achter komen dat iemand een soortgelijk verhaal heeft geschreven. Ik wist zeker dat ik Dat Boek nog niet gelezen had toen ik Late lente schreef. Maar toch…

Late lente, gaat over Liesbeth, een vrouw van vijftig die na de hartaanval van haar man haar leven opnieuw vorm moet geven. Ze wordt geconfronteerd met de onzekere toekomst van hun bedrijf en een zoon die zijn eigen plannen maakt.

Ik ben nu een beetje van de schrik bekomen. Want hoeveel boeken zouden er zijn over vrouwen met overleden echtgenoten en eigenwijze zonen? Mijn Late lente is heel anders dan het boek waar ik zo van schrok.

Toch heb ik Dat Boek niet uitgelezen. Sterker nog, ik heb het bij het oud papier gelegd. En nee, je hoeft me niet naar de titel te vragen: die heb ik uit mijn geheugen gewist.

de krant gehaald

Van iemand die ik goed ken, kwam een appje met een foto binnen. Geen onderschrift. Wel een smiley. Verbaasd bekeek ik de foto. De kisten met boeken vielen meteen op. Daarnaast natuurlijk ook de jonge vrouw in de roze jurk die daar zo mooi in het midden staat. Leuk, dacht ik, toen ik verder las, het is dus een verslagje van de Deventer Boekenmarkt 2018.  Zes kilometer boeken. Volgend jaar ben ik  weer van de partij.  Toen ik beter keek, zag ik dat de vrouw rechts in de hoek erg veel op mij leek. Sterker nog, ik wás het. Ik herkende het shirtje en mijn tas, beide al minstens vijf jaar geleden afgedankt. Mijn haar was wel erg wit, maar bril en houding, ja dat was ik in Deventer op de boekenmarkt in 2013. Dan zijn ze daar bij de krant wel erg zuinig op hun foto’s, dacht ik. Of misschien had de fotograaf dit jaar geen zin in foto’s maken. In elk geval had ik toch weer mooi de krant gehaald. Helaas slechts alleen maar opgemerkt door onze zoon.

 

de week van…

drukproeven en postnl.nl

 

 

 

 

Donderdag:
er komt een uitgeprinte drukproef van Late lente (= roman voor oktober 2018) naar je toe, zegt mijn uitgever in Utrecht.  Is al op de post, heb je het voor het weekend.

Vrijdag:
een heel hoofdstuk herschreven van NogGeenGoedeTitel (= roman voor 2019)

Zaterdag:
nog geen drukproef ontvangen: wel een half hoofdstuk herschreven van NGGT en naar een leuk feestje geweest.

Zondag:
rustdag voor postnl.nl en na het herschrijven van de andere helft van het hoofdstuk ook rust voor mij.

Maandag:
geen drukproef ontvangen. Maar op maandag wordt niet bezorgd. Hoe terecht dat is, kan ik niet beoordelen.

Dinsdag:
vroeg in de ochtend: rode pen en vergrootglas klaargelegd.
vroeg in de avond: pen en vergrootglas onverrichterzake opgeruimd en nog even gaan fietsen.

Woensdag:
vroeg in de ochtend: noodgedwongen de uitgever om een nieuwe drukproef gevraagd
laat in de ochtend: ring ring, ja hoor het brievenbuspakje!!
midden in de middag: op de site van postnl.nl op ‘late bezorging’ gezocht. Nul hits. Wel de mogelijkheid tot chatten met een van onze agenten gezien. Na een half uur vergeefs wachten de verbinding maar weer verbroken. Er was niemand beschikbaar.

Ineens drong het tot me door: Die postnl.nl medewerker is natuurlijk meteen vandaag met mijn nieuwe brievenbuspakje vanuit Utrecht naar Limburg vertrokken.
En Limburg is ver… heel ver.
Dus spreekt het vanzelf dat de tarieven binnenkort weer verhoogd worden.

lang-lang-kort-kort… of half-half

De titel van dit blogje is geen morse, slaat niet op mijn kapsel, maar op mijn schrijfactiviteiten van dit moment. Lang, lang, dat zijn de twee romans die ‘af’ zijn. (Late lente is echt klaar om gedrukt te worden, van Rita wacht ik de mening van de uitgever nog af.)

Kort, kort, dat zijn de blogjes die ik schrijf omdat ik het gewoon niet laten kan. (Ik vraag me af of er überhaupt iemand is die mijn blogjes leest.)

Tja en halflang… dat is het verhaal waar ik nu aan bezig ben. Ik werk er lang niet zo fanatiek aan als aan mijn andere romans. Vraag mij niet waarom. Geen idee.
De hoofdpersoon heet Claire en ze heeft in het eerste hoofdstuk al heel wat met haar omgeving te verhapstukken.  Bovendien heb ik nog duizend ideeën over wat er verder nog allemaal met haar gaat gebeuren.Nee, ik benijd Claire niet. Maar we gaan verder, Claire en ik. Totdat Claire weet of ze een roman gaat worden. Of een kort verhaal. Of helemaal niks.

 

 

Koepelroman Schaduwreis

Heb je bij de term ‘koepelroman’ je wenkbrauwen opgetrokken? Heb je je afgevraagd wat een koepelroman nou weer voor iets is?

Waarschijnlijk is Schaduwreis de allereerste Nederlandse koepelroman. (En ik ben er stiktrots op dat ik daaraan meegewerkt heb)
De koepelroman Schaduwreis is een boek met een bijzondere structuur. Er staan dertien verhalen in, met dertien verschillende hoofdpersonen, geschreven door dertien verschillende auteurs en toch is het een roman en geen verhalenbundel. Dat komt doordat er door alle verhalen heen een veertiende verhaal geweven is en het is die overkoepelende verhaallijn die van Schaduwreis iets bijzonders maakt.
Het verhaal gaat over Nadine die aan de hand van oude, aan haar gerichte ansichtkaarten een reis door Europa maakt. Dezelfde reis die haar vader ook ooit maakte…
Niet alleen de structuur van het boek is ongebruikelijk, ook de werkwijze want de schrijvers kennen/kenden elkaar eigenlijk alleen maar via sociale media. Er moest dus heel wat heen en weer gemaild worden voordat ideeën vaste vorm kregen en er werkelijk geschreven kon worden. Ook het ontwikkelen en stroomlijnen van de verhaallijn van Nadine maakte het schrijfproces ingewikkeld, maar interessant en we zijn met zijn allen supertrots op het resultaat dat op 21 april 2018 bij Uitgeverij Bagage is verschenen.

Nanowrimo

 

Nanowrimo

In de maand november doe ik weer mee aan de Nanowrimo.
Wat is dat, Nanowrimo?
Het staat voor National Novel Writing Month, een schrijfuitdaging die in Amerika in 1999 is begonnen. Het is de bedoeling in de loop van de maand november de complete eerste versie van een roman te schrijven. Je schrijft elke dag 1666 woorden en dan heb je op 30 november 50.000 woorden. Dat is de omvang van een (dunne) roman.Elke dag zoveel woorden schrijven is best pittig. Vooral als je op dag 1 nog geen flauw idee hebt, waar je verhaal over gaat. Maar dat is ook het leuke eraan; de uitdaging met niets te beginnen. Je schrijft in hoog tempo van het ene idee naar het andere. Omdat je zoveel woorden ‘moet’ schrijven is je fantasie extra hard aan het werk en negeer je dat ingebouwde kritische stemmetje dat zegt dat je bagger aan het schrijven bent. Soms is het inderdaad bagger, maar soms zijn het ook pareltjes die je anders niet gevonden zou hebben.
Voor mij is dit de vijfde keer dat ik meedoe. Drie keer heb ik de eindstreep gehaald en van die drie hebben twee romans de uitgever gehaald. Weliswaar na de nodige herschrijfsessies, maar toch een mooi resultaat.
Nog wat meer cijfers. Tot nu toe heb ik op die manier meer dan 200.000 woorden geschreven, waarvan nog minder dan de helft in de tweede versie overeind blijft. Maar dat is niet erg. Zo ontwikkel ik ideeën, verzin verhaallijnen en bouw leesbare zinnen. Die hopelijk zullen leiden tot een nieuwe roman.

Woorden in de wind

Woorden in de wind

Vanmorgen heb ik een ballon met een brief opgelaten. Vroeger deden we dat onder toeziend oog van de zuster van de zesde klas, nu was ik in gezelschap van de mensen die mee hadden geschreven aan de nieuwe Gedichtenroute van de gemeente Schinnen.

Na enkele toespraakjes in Gasterie de Bokkereyer kregen we een ballon met een brief aan een touwtje. De brief was van de gemeente Schinnen en daarin werd de vinder uitgenodigd om onze mooie gemeente te bezoeken.

Ik liep naar buiten. Mijn ballon wilde meteen omhoog. Hij trok het touwtje strak. Maar we moesten nog even wachten op de fotograaf en intussen dacht ik aan hoe eervol het was dat mijn gedicht in de brief van de gemeente was opgenomen. Ik dacht ook aan de woorden van Tibetaanse gebedsvlaggetjes die met de wind over de wereld reizen.
Toen de foto’s klaar waren, telde de wethouder af en lieten we allemaal tegelijk de touwtjes los. Het was mooi om te zien hoe de ballonnen in de blauwe lucht verdwenen.

Plotseling kwam bij mij het gevoel dat ik als kind kreeg, weer naar boven. Hoe vurig ik toen hoopte dat mijn ballon gevonden zou worden; hoe benieuwd ik was naar die onbekende vinder en naar die onbekende plek… en hoe blij ik zou zijn met een antwoord.
Nog nooit heb ik een antwoord ontvangen.

Dus lieve mensen, zie je een ballon in het veld liggen, in een boom hangen of in het water drijven, kijk dan of het mijn woorden zijn die de wind daar neer heeft gelegd.
Want ik blijf hopen op antwoord.