Mergelrijk

Hij wees naar een boom en zei tegen mij: ‘Zullen we daar rond een uur of vier nog wat ballen inhangen? Ik heb er nog over.’ Ik vond het prima. Inderdaad stond er in een hoekje een boom nog een beetje kaal te wezen. Om vier uur kwam hij aanzetten met maar liefst drie volle dozen: ‘Die had ik bedoeld voor buiten, maar daar hangt genoeg.’ In de eerste doos zaten witte bollen van meloenformaat, allemaal apart ingepakt in cellofaan. ‘Mooi!’ zei ik. In de tweede doos zaten zilveren kerstballen van hetzelfde formaat. ‘En daarin zitten gouden,’ zei hij. Maar dat was niet zo. Het waren ook zilveren. 

Terwijl hij de doos in een of ander magazijn ging ruilen voor gouden ballen, pakte ik alvast een witte bol uit het zakje. Er zat een ophanglusje aan, dus de ophanghaakjes die hij had meegebracht, hadden we niet nodig. Ik had de eerste bal nog maar net in de boom hangen, toen hij al terug was met de andere doos en een ladder.

‘Dat wordt weer prachtig,’ zei hij tussen gekscherend en serieus in. ‘Ik heb al veel gezien in mijn leven, maar dit gaat alles slaan.’ Hij deed een stap naar achteren en monsterde de boom zoals een schilder het schilderij bekijkt waar hij aan werkt. Dat was voor mij het teken dat het hier om serieus decoreren ging. Hier werden niet zomaar ballen in de boom gehangen, dit gebeurde met verstand van zaken. Hing mijn witte bal daar dan wel goed? Ja best wel.

Vrolijk zei hij: ‘Als jij me nou de ballen aangeeft, zo’n beetje om de beurt uit elke doos een, dan komen ze lekker verdeeld in de boom te hangen.’ ‘Goed plan,’ zei ik. En dat vond ik ook echt, want mijn manier van kerstbomen versieren is niet meer dan ‘het hangt erin, dus het is goed.’ We werkten lekker door. Ik haalde de ballen uit het zakje, deed er een haakje aan – want met haakje hangen ze toch nog net iets mooier – en hij hing ze op de perfecte plaats in de boom. In totaal hadden we ballen genoeg voor vier bomen.  

Als je me niet gelooft, ga in de grot van Mergelrijk in Valkenburg kijken, daar zie je het meteen: esthetisch verantwoord gedecoreerde bomen, in een lijn met de rest van de grot. Echt de moeite waard.

X en Y

We wandelen in een mooi herfstzonnetje tussen veld en bos naar een naburig dorp. Op een pittige helling kwamen we twee dames tegen die gezellig aan het kletsen waren. Het viel me op dat ze dat ook bleven doen toen ze tegen de heuvel opliepen, die wij afdaalden. Ik groette en maakte een kleine opmerking over hun goede conditie. Na een kort praatje wandelden wij verder. Omlaag. Omhoog. Enkele herfstige foto’s gemaakt. Bijna omvergelopen door een hond met twee meter tak in de bek.

Ergens neergestreken voor een kopje koffie. Uitgerust verder. Langs de beek kwamen we de beide dames opnieuw tegen en we wisselden weer een paar woorden. Grappig. Ze liepen blijkbaar dezelfde wandeling maar andersom. Een heel eind verder lag er een kaartje op het pad. Het bleek een identiteitskaart te zijn. Op de foto herkenden we een van de twee dames en zij waren nu al drie kilometer van ons verwijderd. Teruglopen had geen zin. Ik stak de kaart in mijn tas en terwijl we erover praatten, laaide mijn ikzoekaltijdallesop-instinct op. De meisjesachternaam van X. was nogal ongebruikelijk, maar door haar mooie handschrift was de achternaam Y. van haar man goed te lezen. Dat werd bevestigd door de gegevens op de achterkant. De kaart bleek afgegeven te zijn in mijn eigen gemeente, dat betekende dus dat X. in een van de (toen nog) zes dorpen moest wonen. Thuis kroop ik meteen achter de computer. Facebook gaf geen resultaat voor X en Y, wat ik gezien de leeftijd, al verwacht had. De Telefoongids kende geen enkele X in de regio, maar wel een Y in S, twee in een ander dorp en er woonde zelfs een Y bij mij om de hoek. Ik belde de Y in S, maar ze was het niet, de Y om de hoek nam niet op, van de beide andere viel er een weg vanwege de verkeerde meisjesnaam, dus moest het de andere zijn. En ze was het! Ik beloofde de kaart zo snel mogelijk bij haar in de bus te stoppen. Ik blij, zij blij. Een paar minuten later ging de telefoon. Het was X! Of ik even aan wilde bellen als ik de kaart kwam brengen. Dat heb ik net gedaan. Ze had een fles wijn voor me klaar staan! 

Racefietersplaag

Ja, het woord ‘plaag’ klinkt negatief, ik weet het, maar ik moet het even kwijt.

(tekening van Cindy van Schendel: uit Mijn ABC, www.cindyvanschendel.nl)

Zaterdagochtend. Er was een tourrit van (race)fietsers met een pauzeplek aan de rand van ons dorp en ik moest een boodschap doen in H. Omdat route 1 naar H. al maanden afgesloten is vanwege wegwerkzaamheden, route 2 op zaterdagochtend bijzonder in trek is bij hondenbaasjes (en ik behoorlijke kuiten heb), koos ik voor route 3, die begint met een breed twee richtingen fietspad. 

Dat had ik dus beter niet kunnen doen. Wie mij kent, weet dat ik van bewegen hou en dat ik iedereen zijn sport van harte gun. Echt. Ook het in bonte kleren gestoken leger dat over de Limburgse paden en wegen raast. Maar toen even niet.

Net voordat het fietspad op de doorgaande weg uitkomt, draait het omhoog. En precies daar vloog een kleine groep idioten door de korte bocht de rijweg op. Tegelijkertijd stormde een grote groep, twee-drie man breed, over het fietspad in een rotvaart naar beneden. Ja, ze wapperden heus wel wat met hun handjes, maar dat hielp niet. Ik schrok me dood! Sprong van mijn fiets, zocht dekking in de berm en liet scheldend het onweer passeren.

Op de terugweg nam ik, wijzer geworden, de landelijke hondenuitlaatroute. Maar dat had ik dus ook beter niet kunnen doen. Ik zat weer op de route … één Marleen en héél veel racefietsers die vanuit de pauzeplek bleken te komen…  en het was een smalle weg… Gelukkig zágen ze me wel, in mijn oranje T-shirt, maar lekker fietsen was het niet. 

Alsjeblieft heren (en dames) racefietsers, hou rekening met ‘gewone’ fietsers. Wij kunnen niet zo hard en wij zijn niet zo flitsend gekleed. Bovendien dromen wij er ook niet van alsmaar sneller te kunnen, wij willen gewoon van A naar B, zien wat er om ons heen gebeurt en heelhuids in C aankomen.

Ik weet dat wij een ergernis voor jullie zijn, als we op onze fietsjes gezellig kletsend naast elkaar over het fietspad rijden, maar weet ook dat wij ons een hoedje schrikken als jullie ineens (zónder bel) achter ons opduiken of, zoals zaterdag, als een kudde op hol geslagen buffels op ons aan komen vliegen.

weg met Wordfeud

Ik heb het gedaan: om 23.55 uur gisteravond heb ik Wordfeud van mijn apparaten gegooid! En dat is best moedig van mij, want het spelletje is me op het lijf geschreven.
Waarom ik het ervanaf gegooid heb? 

Ik zal het je uitleggen.

Ongeveer een jaar geleden kreeg ik een nieuwe telefoon met meer opslagruimte en meer power. Dus downloadde ik eindelijk dat spelletje dat iedereen al jaren kende.
Ik weet nog goed dat ik er in het begin niets aan vond. Het duurde me allemaal veel te lang. Had ik een mooi woord klaarliggen, moest ik zeventig uur wachten voor ik het kon neerleggen.
Doorgewinterde spelers zeiden dat ik er wel aan zou wennen; ze raadden me aan nog even door te zetten. Had ik dat nou maar niet gedaan.
Maar dat deed ik dus wel. Ik leerde regeltjes en handigheidjes en wist een handjevol tegenspelers te verzamelen. Ik speelde spel na spel omdat ik het leuk vond en om beter te worden. (Zo zit ik nu eenmaal in elkaar).

Vanmorgen stond ik in de soep te roeren – met de Wordfeud app – erbij en ineens drong het tot me door: als ik zo doorga, komt er van mijn nieuwe boek niets terecht, dan verfranst mijn huishouden en wordt de stapel te lezen boeken alleen maar groter. Dus, weg met Wordfeud voor ik er echt verslaafd aan raak.

Dat boek gaat er komen, dat beloof ik je, maar misschien zitten er wel wat veel woorden met een q, x of y in…

Geit

De afgelopen week waren we aangewezen op elk streepje schaduw dat onze tuin te bieden had. Tenminste dat dachten we. Tot ons te binnen schoot dat er nog een oude partytent op zolder lag. Natuurlijk meteen van zolder gehaald. Zeil op het gazon uitgespreid, buizen, touwtjes en haringen gesorteerd en – hoewel er een en ander ontbrak- lukte het ons het ding op te zetten zonder gevaar op echtscheiding. Tevreden vanuit een tuinstoel kijkend zei hij: ‘Daar zetten we in het weekend het badje voor de kleinkinderen onder. Dan kunnen ze spetteren en spelen zonder te verbranden terwijl wij ze in het oog houden.’  ‘Ja,’ antwoordde ik. ‘Alleen wel een beetje jammer van die geit.’  ‘Geit?’  ‘Ruik je ze niet? Ergens hier in de buurt heeft iemand een geit. En die stinkt!’ 

(deze illustratie is gemaakt door Paul Wolfs en staat in mijn nieuwe kinderboek ‘Een dier voor Roos’ dat in september zal verschijnen)

Hij snoof, keek me aan… snoof nogmaals maar schudde zijn hoofd. ‘Ik ruik wel iets, maar het zal geen geit zijn. De achterburen hebben geen geit, de buren hebben geen geit en wij zelf hebben ook geen geit.’  ‘Oké, dan is het geen geit,’ gaf ik toe. ‘Maar het is iets dat stinkt als een geit.’ Terwijl ik de laatste klittenbandjes van het tentdoek dicht maakte, rook ik de stank ineens heel hevig. ‘O, nou weet ik het! Het is de tent die zo stinkt, het is dit zeil!’ Hij kwam naast me staan, rook aan het zeil en gaf me gelijk. ‘Morgenvroeg is de stank weg,’ beloofde hij. 

Niet dus. Vanmorgen stonk onze tuin nog steeds naar een geitenstal. Nadat ik er een halve bus wc-geur op leeggespoten had, rook het er naar wc-verfrisser-in-een-geitenstal. Mijn was, die ik normaal buiten droog, staat naast de bakken bloeiende petunia’s en zelf zit ik binnen. 

Heeft iemand een tip?

Lachertje

Chemelot zorgt niet alleen voor vrolijke Limburgers, nee Chemelot kan ineens heel Nederland blij maken. 

Chemelot is een bedrijventerrein in Geleen waar je vlug langs moet rijden, liefst met je neus dicht. In de fabrieken aldaar worden allerlei soorten kunststof gemaakt. 

Wat is nu het geval? Bij het produceren van salpeterzuur, caprolactam en acrylennogwat wordt al jarenlang onbekommerd lachgas uitgestoten. Niemand die ernaar omkeek, want lachgas viel buiten de regeltjes. Nu wordt bekend dat de hoeveelheid uitgestoten lachgas relatief snel en relatief goedkoop met maar liefst 85% terug gedrongen kan worden. Volgens De Limburger kan dat een klimaatklapper worden. Cijfermatig zal dat wel zo zijn, maar ik blijf met de vraag zitten waarom men niet eerder echt aan de bel trok? (Wikipedia zegt dat de broeikaswerking van lachgas is 300 keer sterker dan koolstofdioxide en dat er 150 jaar nodig is om het af te breken, dus zo vrolijk is het allemaal niet.)

Verderop in het artikel lees ik nog dat er van de overheid ‘maatwerk’ verwacht wordt bij het in gang zetten van de besparende maatregelen.

Ja, echt iets om blij en vrolijk van te worden. 

Over honden en fietsen

Om op mijn plaats van bestemming te komen, kon ik kiezen tussen een snelle of een korte route. De snelle route is een mooi aangelegd fietspad zonder stoplichten, rotondes en andere obstakels maar loopt wel langs een drukke weg. De korte route gaat door een klein natuurgebiedje over een leuk bochtig paadje, maar is helaas wel bijzonder geliefd bij hondenbezitters. Lastig, want ik hou niet van drukte en aan honden heb ik sowieso geen goede herinneringen. 

Vroeger, op weg naar de middelbare school, was er bij dat eenzame huis altijd die agressief blaffende hond die vaak los liep. Dan rende hij achter mij aan en hapte naar mijn benen. Die angstige spanning zal ik nooit vergeten.

Maar nu was het nog vroeg op de dag en het was vervelend miezerweer. Veel honden zouden er nu niet zijn. Dus ik nam de groene route. Bij de tweede bocht sloeg de schrik me om het hart: drie mannen en minstens vijf honden! Ik belde luid en fietste er langzaam naartoe. Tot mijn grote opluchting weken de mannen uiteen en bleken de honden aangelijnd. Opgelucht ademde ik uit. Maar ineens dook er uit de bosjes een vrouw met een hond op: de hond was groot, zwart en hij liep los! De vrouw zag me niet, de hond des te beter. Ik fietste zo snel ik kon. De hond  veranderde van koers… en van karakter! Grommend achtervolgde hij mij. Ik voelde dat hij in mijn fietstas beet. Trok eraan. Ik slingerde. Bleef ternauwernood rechtop. Plotseling begon iemand keihard op de hond te schelden. Die schrok er zo van dat hij afdroop. Daarna hield ook het schreeuwen op.

‘Daar ben je goed vanaf gekomen,’ zei ik tegen mezelf. Weer een nieuwe schok. De stem die ik hoorde was dezelfde die daarnet zo vreselijk had gescholden… het was mijn eigen stem

Goede voornemens

Ik begin een nieuw jaar altijd met het maken van drie goede voornemens. Drie is een mooi aantal, drie is te doen. Voornemen 1. moet ik weer overnemen van vorig jaar, dat zijn de nog-niet- afgevallen-kilo’s. Blijft lastig.  Nummer 2. is het uitbreiden van de hardloopkilometers-zonder-wandelpauze tot tien kilometer. Daar heb ik wel een goed gevoel over. Als ik geen blessures krijg, gaat dat wel lukken.

En daarna is er nog ruimte voor één nieuw goed voornemen. Maar welk? Minder afval, meer fiets- en ov-kilometers, zuinig met gas, water en elektriciteit doen niet mee, dat spreekt vanzelf. Elke dag iemand een glimlach ontlokken door een groet, een vriendelijk woord of een grapje? Elke week een boek lezen? Me inschrijven voor een talencursus? Een fotocursus? Eindelijk dat vest afbreien? De zolder opruimen? Of de garage? Én de garage? Pff… dat moet nog allemaal… stap voor stap, kies er één…

Gisteren was ik er nog niet uit, maar na vannacht wist ik het: om 01.13 uur kreeg ik een geweldig idee voor een nieuw boek! Hopla, leeslamp aan en gauw mijn geniale inval op een blaadje gekrabbeld… Hoewel het idee in het nuchtere ochtendlicht niet meer zó fantastisch was, is het nog steeds wel levensvatbaar. Ik zou er het liefst meteen aan beginnen.

Maar dan moet ik eerst het boek waar ik al mee bezig ben afschrijven. En de tweede ronde van het script dat bij de uitgever ligt, komt er nog aan. O, en ik mag het prentenboek voor kleindochter vier zeker niet vergeten. Dat moet af! En we hebben nieuwe fietsen gekocht…

de kip of het ei

De reis begint goed met de sprinter van Arriva die om 09.02 uur precies voor onze neus staat. We stappen in. Jammer, geen plaats meer. Maar eigenlijk toch wel. Zo te zien claimen veel studenten een extra plaats voor hun tas. Spontaan wordt geen ruimte gemaakt, dus vraag ik erom. Ik mag gaan zitten. Wel met uitzicht op een zuur gezicht.
De overstap van Arriva naar de NS verloopt vlekkeloos, maar in het volgende station gaat het fout. We vertrekken nog niet, zo wordt omgeroepen, vanwege een passagier die weigert de trein te verlaten. Deze boodschap wordt enkele minuten later herhaald; nu door de hoofdconducteur die zegt dat de politie eraan te pas gaat komen. Hij zegt ook dat hij het betreurt, maar dat hij de regels moet naleven. In de stiltecoupé waar we zitten wordt er even geroezemoesd. Dan wordt het weer rustig.
In het volgende omroepbericht legt de hoofdconducteur uit dat we helaas niet kunnen vertrekken voordat de politie er is, omdat de weerspannige passagier dreigt zich voor de trein te gooien. Regels zijn regels, hij betreurt het, maar hij kan niet anders.
In de coupé wordt gemompeld, gezucht, op horloges gekeken en driftig geappt.
Het schiet niet op. De stress in de stem van de hoofdconducteur loopt bij elk herhaald omroepbericht op.
Plotseling ontploft er drie stoelen achter ons iemand. Een oudere mevrouw vliegt overeind. ‘Wat een beleid!’ schreeuwt ze. ‘Honderden mensen lopen vertraging op vanwege één…. een zo’n…’ Van boosheid en frustratie kan ze niet uit haar woorden komen. Briesend gaat ze verder over haar dochter die huisarts is en waar ze op de kinderen moet passen.
Even heeft de coupé begrip voor haar uitbarsting, maar daarna wordt ze erop gewezen dat ze in een stiltecoupé zit. Morrend gaat ze weer zitten.
Berustend in het feit dat wij ook onze aansluiting gaan missen, vis ik de krant uit mijn tas, die net vandaag kopt: ‘Kaartjes Arriva en NS flink duurder.’

Wat is hier de kip en wat is hier het ei, vraag ik me af.

Bank

Kent u die bank die haar adviescentra in prachtige panden huisvest? Het is dezelfde bank die de kantoren in de dorpen sluit om, naar eigen zeggen, de dienstverlening aan haar klanten te verbeteren. Hoe verzin je het! Kwestie van communicatie? Van die bank kregen we een uitnodiging om bijgepraat te worden over onze ‘belegging.’ Helaas is die belegging niet meer dan het bedrag dat we gespaard hebben om zonder problemen begraven te worden. Maar dat kan de pret niet drukken; we gingen op de uitnodiging in.
De navigatie bracht ons naar een prachtig monumentaal pand in een afgelegen dorp. Glazen deuren schoven geluidloos open en in een ruime en aangenaam verwarmde entree werden we door twee dames vriendelijk ontvangen.
Een van beide dames leidde ons door de schitterend gerenoveerde historische carré-boerderij naar een luxueus ingericht kantoor. Daar konden we kiezen tussen koffie, thee of zelfs lekkere koffie, bijvoorbeeld cappuccino. Mijn grap, dat ik liever lekkere dan smerige koffie dronk, kwam niet over, maar ook daarover niet getreurd.
Het immer laagblijvende rentepercentage op de gewone spaarrekening vond ik wel een reden om te treuren, maar daar kon de aardige juffrouw dan weer niets aan veranderen. Dat ze het verkeerde dossier voor zich had liggen en ons met de verkeerde naam aansprak, weer wel, maar ach…
Ze informeerde ons uitgebreid in Jip-en-Janneke-taal over andere beleggingsvormen. We zogen alle informatie op, want goede raad was duur, dat zagen we om ons heen.
Omdat er uiteindelijk onder de streep niets voor ons veranderde, hebben we alles maar gelaten zoals het was.
Twee dagen later kregen we een mailtje waarin gevraagd werd het gesprek te ‘evalueren.’

Tja, wat moet je dan zeggen?