Waarom ik wel van gele bloemen hou

Met een paar vriendinnen wandelde ik een paar dagen geleden door een bos met witbloeiende geurende daslook. Ik zag bosviooltjes, lievevrouwenbedstro, witte, gele en roze anemonen, speenkruid, alles bloeide en groeide er vrolijk en uitgelaten op los. Ineens hoorde ik een van mijn vriendinnen zeggen: ‘Ik hou niet zo van gele bloemen.’
‘Ik ook niet echt,’ antwoordde de ander.
Verbaasd liet ik hun woorden tot me doordringen. De paardenbloemen in de berm waren opgebouwd uit perfecte laagjes gele lintjes, de glanzende speenkruidsterren schitterden aan hun groene firmament… hoe kun je nu niet van gele bloemen houden?
Of lag het aan mij? Had ik geen smaak en vond ik gele bloemen alleen maar mooi omdat geel, na blauw, mijn lievelingskleur was?
Was dat eigenlijk wel zo? Eigenlijk had ik geel geadopteerd als tweede kleur. En dat kwam weer door mijn vader. Hij had me ooit geantwoord dat geel zijn mooiste kleur was.
Of hij toen meende wat hij zei of dat het maar was om van mijn onnozele vragen af te zijn, weet ik niet. Vragen kan ik dat niet meer.
En belangrijk is dat ook niet meer, want de herinnering aan mijn vader blijft altijd geel van kleur.

En voor wie nog overtuigd moet worden van de schoonheid van gele bloemen: neem de A73 door Noord-Brabant, ga verder op de A50 richting Gelderland en geniet van de zee van mosterdplanten die links en rechts met je meegolft.