Racefietersplaag

Ja, het woord ‘plaag’ klinkt negatief, ik weet het, maar ik moet het even kwijt.

(tekening van Cindy van Schendel: uit Mijn ABC, www.cindyvanschendel.nl)

Zaterdagochtend. Er was een tourrit van (race)fietsers met een pauzeplek aan de rand van ons dorp en ik moest een boodschap doen in H. Omdat route 1 naar H. al maanden afgesloten is vanwege wegwerkzaamheden, route 2 op zaterdagochtend bijzonder in trek is bij hondenbaasjes (en ik behoorlijke kuiten heb), koos ik voor route 3, die begint met een breed twee richtingen fietspad. 

Dat had ik dus beter niet kunnen doen. Wie mij kent, weet dat ik van bewegen hou en dat ik iedereen zijn sport van harte gun. Echt. Ook het in bonte kleren gestoken leger dat over de Limburgse paden en wegen raast. Maar toen even niet.

Net voordat het fietspad op de doorgaande weg uitkomt, draait het omhoog. En precies daar vloog een kleine groep idioten door de korte bocht de rijweg op. Tegelijkertijd stormde een grote groep, twee-drie man breed, over het fietspad in een rotvaart naar beneden. Ja, ze wapperden heus wel wat met hun handjes, maar dat hielp niet. Ik schrok me dood! Sprong van mijn fiets, zocht dekking in de berm en liet scheldend het onweer passeren.

Op de terugweg nam ik, wijzer geworden, de landelijke hondenuitlaatroute. Maar dat had ik dus ook beter niet kunnen doen. Ik zat weer op de route … één Marleen en héél veel racefietsers die vanuit de pauzeplek bleken te komen…  en het was een smalle weg… Gelukkig zágen ze me wel, in mijn oranje T-shirt, maar lekker fietsen was het niet. 

Alsjeblieft heren (en dames) racefietsers, hou rekening met ‘gewone’ fietsers. Wij kunnen niet zo hard en wij zijn niet zo flitsend gekleed. Bovendien dromen wij er ook niet van alsmaar sneller te kunnen, wij willen gewoon van A naar B, zien wat er om ons heen gebeurt en heelhuids in C aankomen.

Ik weet dat wij een ergernis voor jullie zijn, als we op onze fietsjes gezellig kletsend naast elkaar over het fietspad rijden, maar weet ook dat wij ons een hoedje schrikken als jullie ineens (zónder bel) achter ons opduiken of, zoals zaterdag, als een kudde op hol geslagen buffels op ons aan komen vliegen.