kindermeisje

Je gelooft het of niet, maar vannacht ben ik verzeild geraakt in een roman met als hoofdingrediënten: een kindermeisje, een rijke familie en een knappe man.

Ja, dat vraagt natuurlijk om een toelichting.
Je weet dat ik voor mijn werk als onderzoeker drie maanden op de Antillen zit? We wonen hier met het onderzoeksteam in een groot huis, dicht bij de zee. De zon schijnt hier altijd en het is altijd warm. Altijd zomer. Om zes uur gaat de zon onder, dus lange lichte zomeravonden heb je hier niet, dat is wel jammer. Even terrasje pikken is niet zo als bij ons. Je kunt natuurlijk wel een glas wijn drinken, maar…
O, ik spring weer van de hak op de tak.
Ik was over het huis aan het vertellen. We hebben elk een eigen kamer, keuken en tuin zijn gezamenlijk. Naast ons woont een Antilliaanse familie met twee kinderen, die ik wel eens voorlees, of met wie ik een spelletje speel. Koren op mijn molen, natuurlijk. Zodoende zijn de kinderen nogal op mij gesteld geraakt.
Ja, ik weet dat je dat niet wilt weten. Je wilt meer weten van die miljonair hè?
Nou goed, we werden met het team uitgenodigd om kennis met hem te komen maken: de rijkste man op het eiland. Blijkt dat hij een zwak en ziek dochtertje heeft.
Je wilt nog meer details? Vooruit dan.
Zijn huis ligt, uiteraard, ook aan de rand van de zee. Het is een groot huis met veel glas, een zwembad en een tuin waarin het gras groen is. Dat is bijzonder hier, want de rest van het eiland is dor en droog. De tuin wordt dus regelmatig besproeid. Over contrasten gesproken. Al was het wel heerlijk om weer eens met mijn blote voeten door zacht en sappig gras te lopen.
In de salon waar we ontvangen werden, zat het kind – een meisje van toch al een jaar of zes – nog in een kinderstoel. De voertaal was Engels en maar tegen ons werd soms Nederlands gesproken. Het meisje sprak ook wat Nederlands. Had ze geleerd van de vorige nanny, een Nederlandse, die haar voorgelezen had uit Pluk van de Petteflet. Weer koren op mijn molen. Ik maakte er een opmerking over en twee seconden daarna sta ik boektitels op te schrijven van goede Nederlandse kinderboeken. Hij, de heer des huizes, behandelde me met meer egards dan ik verdien, het voelde alsof ik Maxima was. Zo raar.
Nou enfin, het kind wilde spelen, wilde kleuren, wilde voorgelezen worden en spande zich zo in dat ze rondgedragen moest worden. Door mij dus. Per se door mij. Ik zag aan de mensen die daar waren dat ik de nieuwe nanny zou worden.
Toen kwam de vrouw des huizes binnen.
Punt.
Ja punt.

In de meeste gevallen zijn de Knappe Mannen uit een verhaal niet getrouwd. Die van vannacht dus wel.
Weer helemaal wakker, zag ik een ander – niet onbelangrijk – verschil naast me liggen: ik was óók getrouwd.