Geit

De afgelopen week waren we aangewezen op elk streepje schaduw dat onze tuin te bieden had. Tenminste dat dachten we. Tot ons te binnen schoot dat er nog een oude partytent op zolder lag. Natuurlijk meteen van zolder gehaald. Zeil op het gazon uitgespreid, buizen, touwtjes en haringen gesorteerd en – hoewel er een en ander ontbrak- lukte het ons het ding op te zetten zonder gevaar op echtscheiding. Tevreden vanuit een tuinstoel kijkend zei hij: ‘Daar zetten we in het weekend het badje voor de kleinkinderen onder. Dan kunnen ze spetteren en spelen zonder te verbranden terwijl wij ze in het oog houden.’  ‘Ja,’ antwoordde ik. ‘Alleen wel een beetje jammer van die geit.’  ‘Geit?’  ‘Ruik je ze niet? Ergens hier in de buurt heeft iemand een geit. En die stinkt!’ 

(deze illustratie is gemaakt door Paul Wolfs en staat in mijn nieuwe kinderboek ‘Een dier voor Roos’ dat in september zal verschijnen)

Hij snoof, keek me aan… snoof nogmaals maar schudde zijn hoofd. ‘Ik ruik wel iets, maar het zal geen geit zijn. De achterburen hebben geen geit, de buren hebben geen geit en wij zelf hebben ook geen geit.’  ‘Oké, dan is het geen geit,’ gaf ik toe. ‘Maar het is iets dat stinkt als een geit.’ Terwijl ik de laatste klittenbandjes van het tentdoek dicht maakte, rook ik de stank ineens heel hevig. ‘O, nou weet ik het! Het is de tent die zo stinkt, het is dit zeil!’ Hij kwam naast me staan, rook aan het zeil en gaf me gelijk. ‘Morgenvroeg is de stank weg,’ beloofde hij. 

Niet dus. Vanmorgen stonk onze tuin nog steeds naar een geitenstal. Nadat ik er een halve bus wc-geur op leeggespoten had, rook het er naar wc-verfrisser-in-een-geitenstal. Mijn was, die ik normaal buiten droog, staat naast de bakken bloeiende petunia’s en zelf zit ik binnen. 

Heeft iemand een tip?