Etiket

Etiket

Ik viel voor een lichtblauw bloesje. Niet dat ik het echt nodig had, het was gewoon te leuk om te laten hangen. Het bedekte wat bedekt moest blijven, was strijkvrij, betaalbaar en perfect voor het feestje van volgende week.
Maar er was ook een nadeel: een langs vier zijden stevig vastgenaaid merketiket. Plus een maatetiket. Terwijl ik het bloesje binnenste buiten keerde, telde ik in de zijnaad nóg drie etiketten. Een lang wit geval wapperde me zijn wasadvies toe, een middellang etiket vertelde mij trots hoe modern het weefsel was en het korte etiketje deed me een reserveknoopje cadeau.
Het etiket op het borstzakje mocht blijven zitten, maar thuis, aan de keukentafel knipte ik het maatetiket er als eerste uit. Bij het merkje moest het tornmesje eraan te pas komen. Dat was bittere noodzaak vanwege een irritante haast onzichtbare plastic jeukdraad. Het kostte me tien minuten. Daarna was de zijnaad aan de beurt. Het uit de kluiten gewassen etiket was minstens tien centimeter lang, gemaakt van een vervelend plastic materiaal. Het zou me dag in dag uit in mijn zij blijven prikken. Zonder pardon ging de schaar erin.
Secuur knipte ik langs randen, naden en zomen, prutste aan achtergebleven restjes, verwijderde losse draadjes, repareerde een miniem schaarslippertje en eindelijk was mijn bloesje draagbaar.
Toch had ik tijdens het feestje last van prikkende jeuk in mijn linkerzij. Op het toilet controleerde ik mijn bloesje aan de binnenkant op etiketrestanten. Alles was netjes verwijderd.
Maar al die rode vlekken in mijn zij?
Toch maar een bezoekje aan de huisarts.
Het waren het niet de etiketten. Ten onrechte heb ik ze verdacht van jeukmakerij.
De diagnose was gordelroos, de volwassen versie van waterpokken.
Tja, dat jeukt natuurlijk óók.