de kip of het ei

De reis begint goed met de sprinter van Arriva die om 09.02 uur precies voor onze neus staat. We stappen in. Jammer, geen plaats meer. Maar eigenlijk toch wel. Zo te zien claimen veel studenten een extra plaats voor hun tas. Spontaan wordt geen ruimte gemaakt, dus vraag ik erom. Ik mag gaan zitten. Wel met uitzicht op een zuur gezicht.
De overstap van Arriva naar de NS verloopt vlekkeloos, maar in het volgende station gaat het fout. We vertrekken nog niet, zo wordt omgeroepen, vanwege een passagier die weigert de trein te verlaten. Deze boodschap wordt enkele minuten later herhaald; nu door de hoofdconducteur die zegt dat de politie eraan te pas gaat komen. Hij zegt ook dat hij het betreurt, maar dat hij de regels moet naleven. In de stiltecoupé waar we zitten wordt er even geroezemoesd. Dan wordt het weer rustig.
In het volgende omroepbericht legt de hoofdconducteur uit dat we helaas niet kunnen vertrekken voordat de politie er is, omdat de weerspannige passagier dreigt zich voor de trein te gooien. Regels zijn regels, hij betreurt het, maar hij kan niet anders.
In de coupé wordt gemompeld, gezucht, op horloges gekeken en driftig geappt.
Het schiet niet op. De stress in de stem van de hoofdconducteur loopt bij elk herhaald omroepbericht op.
Plotseling ontploft er drie stoelen achter ons iemand. Een oudere mevrouw vliegt overeind. ‘Wat een beleid!’ schreeuwt ze. ‘Honderden mensen lopen vertraging op vanwege één…. een zo’n…’ Van boosheid en frustratie kan ze niet uit haar woorden komen. Briesend gaat ze verder over haar dochter die huisarts is en waar ze op de kinderen moet passen.
Even heeft de coupé begrip voor haar uitbarsting, maar daarna wordt ze erop gewezen dat ze in een stiltecoupé zit. Morrend gaat ze weer zitten.
Berustend in het feit dat wij ook onze aansluiting gaan missen, vis ik de krant uit mijn tas, die net vandaag kopt: ‘Kaartjes Arriva en NS flink duurder.’

Wat is hier de kip en wat is hier het ei, vraag ik me af.