Dagjesmensen

‘Het zijn echte dagjesmensen,’ zei ze. 

Ik dacht aan uitjes op zomerse zondagen met koelboxen en picknickmanden en wilde ‘gezellig’ roepen toen ze verder ging. 

‘Neem nou mijn vader,’ ze nam even de tijd om te zuchten, ’de ene dag lijkt hij nog heel wat, de dag erna geef je er geen cent meer voor. En dan mijn moeder, óók! Precies van ’t zelfde.’ Ze schudde met haar hoofd. 

Ik begreep dat het over haar ouders ging. 

Haar ouders waren de dagjesmensen.