Bushaltegesprek

In de beschutting van de abri wachtte ik op de bus. Het regende alsof het nooit meer zou ophouden toen een welgedane heer over het zebrapad aan kwam. Op zijn hoofd droeg hij een koddig roestbruin hoedje en onder zijn openhangende regenjas werd ik een gezelligheidsbuik gewaar. Hij bekeek mij waarderend, ondanks mijn leeftijd. Was dit te danken aan de zorg waarmee ik mijn fleurige T-shirt had uitgezocht? Had mijn peperdure verjongende crème dan toch gedaan wat hij in de televisiereclame beloofde?

De heer zette een stap in mijn richting, kruiste zijn armen over zijn buik en stak van wal. ‘Wat een weer, hè?’
Niets onschuldiger dan op de bus wachten en een praatje maken over het weer. Dacht ik.
‘Ja,’ knikte ik en glimlachte.
Fout! Met een vonk in zijn ogen schoof hij iets dichter naar me toe.
Ik probeerde me onopgemerkt dieper in het bushokje terug te trekken. Ik zag de snor boven zijn mond bewegen op een ritme van lange zinnen. Door het langsrazende verkeer hoorde ik slechts losse vlagen: werk zoeken, solliciteren, outplacement, afspraken en kennismakingsgesprekken. Werkzoekenden verdienen zonder meer mijn sympathie, dus nam ik een beleefd luisterende houding aan.
Hij wipte omhoog op zijn Mephistos en boog zijn bovenlichaam naar voren in de richting vanwaar de bus moest komen. ‘De bus is laat,’ zei hij.
Ik humde.
Breed lachend en zonder consideratie stapte hij mijn persoonlijke cirkel binnen. Verdorie! Waar bleef de bus? Ik rook zijn koffieadem en deed een miniem pasje naar achteren. Nu stond ik echt met mijn rug tegen de wand.
‘Gezellig, zo samen babbelen,’ zei hij glunderend.
Ik ontweek benauwd de uitnodigende blik in zijn glimmende oogjes. Eindelijk! In de verte kwam de bus!
Hij liet me galant als eerste instappen. Ik voelde de haren in mijn nek bewegen toen hij vlak achter mij binnenstapte. Zo snel ik kon, nam ik de enige zitplaats voor één persoon in beslag.
Terwijl hij langsliep zag ik de teleurstelling in zijn ogen.