bouwput

Bouwput

Onze hotelkamer kijkt uit op een bouwput. Vanaf een groot bord deelt een geelgehelmde bouwvakker mee dat de stad binnenkort een ultramoderne ondergrondse parkeergarage rijker zal zijn. Simpel is het niet, zo’n parkeergarage bouwen. Een elf-verdiepingen flatgebouw moest worden neergehaald en in vrachtwagenporties afgevoerd. Een langdurige project als dit kan vaak rekenen op een vaste groep belangstellenden. Hier bestaat dit publiek uit een clubje oudere mannen dat van de zijlijn de voortgang onder de loep neemt. Bij het bespreken zijn brede armzwaaien, twijfelend hoofdschudden en zelfgedraaide sigaretten nodig.
Er is van alles te zien. De omheining, de directiekeet, bulldozers, bouwkranen, vrachtwagens en natuurlijk de mannen die het werk uitvoeren zoals zij het vroeger nooit gedaan zouden hebben.
Ik kijk met plezier naar wat zich allemaal rond de bouwput afspeelt.
Mijn lievelingsbouwputman is van het kwieke pezige soort en hij beweegt rap als een eekhoorn. Was hij veertig jaar jonger, dan droeg hij vast gympen en een stoere bandana. Nu draagt hij een fleecevest en een afgedragen spijkerbroek. Meestal staat hij aan de rand van het groepje en wacht tot hij erbij wordt gehaald voor zijn deskundig commentaar. Ik zie dan hoe hij met een grote veegbeweging van zijn arm alle stellingen verwerpt en iets geheel eigens te berde brengt. In een kringetje staan ze dan om hem heen en knikken bevestigend. Even later kan de Eekhoorn met opgeheven hoofd het strijdtoneel verlaten. Op naar moeder de vrouw die wacht met het eten.
Vandaag is het zaterdag. Er wordt vandaag niet gewerkt. Huisvrouwen sjouwen hun weekendboodschappen huiswaarts. Honden worden uitgelaten en duiven koeren in de armetierige boom waaronder de bouwputmannen hebben zich hebben verzameld. De Eekhoorn is present en middenin zijn show van vandaag gebeurt het: terwijl hij met een zwierig gebaar zijn rechterhand uit zijn broekzak opdiept en naar een opgemetseld muurtje wijst, vliegt er een duif uit de boom op en laat zijn witte schijtsliert precies op het hoofd van de Eekhoorn vallen. De mannen bulderen het uit terwijl de stinkende massa langzaam naar beneden druipt.
Ik zie aan de vinnige pas waarmee de Eekhoorn afdruipt dat hij geen vogelliefhebber is.