Billen

Met mijn kleindochter van bijna drie deed ik een boodschap, zij met haar poppenwagen en ik met haar zusje in de wandelwagen. Bij elke boom, steen en grasspriet bleef ze staan. Elke eend en elke gans werd bewonderd en bij elke hond-in-aantocht werd een omweg gemaakt. Het was heel gezellig.
Maar het schoot dus voor geen meter op en na een uur treuzelen raakte mijn geduld een beetje op. Om haar in een hogere versnelling te krijgen, liep ik een eindje voor haar uit.
‘Oma?’ hoorde ik achter me en de poppenwagen piepte iets sneller.
Mooi. De truc werkte blijkbaar. ‘Ja?’
‘Ik heb mooie billen.’
Verbaasd bleef ik staan en keek haar aan.
Ze knikte serieus naar me. ‘Jij hebt ook mooie billen. Laat ’ns zien?’
Lachend tilde ik mijn jas een beetje op. Daar was ze gelukkig tevreden mee.
Thuis vertelde ik het voorval aan mijn schoonzoon.
‘Ja,’ zei hij, ‘ze zei van mij ook dat ik een mooie buik had.’
Toen ik naar zijn buik keek, wist ik dat zij met ‘mooi’ iets anders bedoelde dan ik.