recensies Zwarte ogen groene ogen

Een streekroman van het betere soort, door Guus Urlings in De Limburger ***

Marleen Schmitz uit Oirsbeek is voor de liefhebber/ster van de betere streekroman natuurlijk geen onbekende. Voor haar nieuwste, Zwarte ogen, groene ogen, is ze teruggegaan naar de jaren ’50 en de hoogtijdagen van de mijnindustrie in Limburg. En weer heeft dat voor de liefhebbers van het genre aangenaam leesvoer opgeleverd. Het verhaal draait om Sjra Rutten, vijfde kind van een boerengezin dat thuis is onder de rook van de staatsmijn Emma in Hoensbroek. Hij weet een ding al op heel jonge leeftijd zeker: hij wil niet ondergronds ‘op de koel’. Als hij bij toeval Annette Bartels, dochter van de bovenmeester het leven redt bij een ongeluk met ontploffend oorlogstuig, groeit bij hem de ambitie om zelf ook ‘iemand van stand’ te worden. Dat streven en een ontluikende liefde –raad zelf maar tussen wie en wie – leveren tegen de achtergrond van het Limburgse mijnverleden aangename leesuren op.

 

Recensie Biblion, Nederlandse Bibliotheek Dienst

Boerenzoon Sjra Rutten redt direct na de oorlog het leven van de deftige Annette Bartels als zij ernstig gewond is geraakt bij de ontploffing van een achtergebleven granaat. Haar broertje komt hierbij om. Sjra en Annette komen uit verschillende milieus en het wordt maar moeilijk geaccepteerd dat zij een vriendschap hebben die mogelijk tot iets meer kan uitgroeien. Sjra is vastbesloten om verder te komen in de wereld en meer te worden dan een boerenknecht of een mijnwerker. In het naoorlogse Zuid-Limburg spelen de mijnen een belangrijke rol, maar Sjra ziet daar andere mogelijkheden. Hij volhardt in zijn voornemens Annette terug te zien en iets van leven te maken, maar hun levens zijn niet zonder moeilijkheden. Mooi geschreven streekroman die een goed tijdsbeeld en mooie beschrijving van de omgeving en de omstandigheden in Limburg geeft. Netjes vormgegeven in hardcover met kleur bedrukte band. De in Limburg geboren en getogen schrijfster (1952) schreef al meerdere streekromans.

 

Liefdesverhaal tegen de achtergrond van de mijnen in Zuid-Limburg, door Marjet Maks op boekensite Hebban ****

 

Zwarte ogen, groene ogen is een streekroman van het betere soort. Vlak na de oorlog ontploft een granaat. op een erf waar twee kinderen spelen. Een ongeluk waar de kleine Walter Bartels aan bezwijkt. Als Sjra Rutten en zijn vriend Leon niet in de buurt waren was ook zijn zusje Annette gestorven. Sjra echter redt haar leven, al houdt ze blijvend letsel aan haar been. Een jaar of acht later trouwt hij met haar. 
Vanuit de afwisselende perspectieven van Annette en Sjra krijgen we een mooi beeld van hun goede en innige huwelijk. het jonge stel vormt het skelet van de roman. De familieleden om hen heen zorgen voor de conflicten. Annette’s moeder die blijft rouwen om haar zoontje Walter. Het nieuwe zusje Walda, Vader Bartels, Trees, het nichtje van Sjra en Luigi de Italiaan. Til, Lenie, Rinus en Sjra’s moeder, stuk voor stuk personages van vlees en bloed. Marleen Schmitz weet te ontroeren.

Voor een dubbeltje geboren, Sjra wil niets liever dan een kwartje worden, door Mieke Schepens op boekenblog Graaggelezen. ****

Sjra (Gerard) Rutten woont samen met de rest van het boerengezin Rutten letterlijk onder de rook van de Staatsmijn Emma in Hoensbroek, Limburg. Hij weet als jonge jongen al dat hij nooit ofte nimmer steenkool wil gaan delven. De duisternis onder de grond benauwt hem; hij vindt het angstaanjagend. Hij wil graag als voetballer slagen en wat van de wereld gaan zien, andere mensen ontmoeten, iemand zijn… Terwijl hij samen met zijn vriend Leon in 1946 terugkomt van een voetbaltraining, hoort hij een paar ontploffingen en maakt hij voor de eerste keer kennis met Annette Bartels, de dochter van een bovenmeester. Annette en haar broer zijn gewond geraakt tijdens het spelen met oorlogstuig dat ze vonden. Door snel op te treden weet Sjra Annette te redden van de dood, maar ze houdt er blijvend letsel aan haar been aan over. Voor haar broer Walter komt alle hulp helaas te laat. De vader van Annette doet erg neerbuigend tegen Sjra, wat Sjra de ogen opent; door de herkomst van iemand wordt iemand als ‘meer’ of ‘minder’ mens betiteld. Hij besluit het er niet bij te laten zitten en besluit zijn best te gaan doen om ‘meer’ te worden dan hij is. De vader van Annette is er van overtuigd dat iedereen meer van hen verwacht dan van ‘gewone’ mensen en Annette vraagt zich af wat hij bedoelt met ‘gewone’ mensen. Er is immers alleen een verschil in opleiding met de anderen.’Onthoud dat je de dochter bent van een bovenmeester,’ zei vader. ‘Weliswaar van een andere school, maar je bent toch niet zomaar iemand.’ ‘Zwarte ogen, groene ogen’ laat je kennismaken met een mooi stukje Nederland waar mensen wonen met verschillende achtergronden; sommige hebben groene ogen en vinden hun oorsprong in Nederland, anderen hebben zwarte ogen en hebben een andere oorsprong. Maar ze wonen allemaal samen en hun ogen bepalen niet of ze ‘meer’ of ‘minder’ zijn. 
Deze historische streekroman laat ook het verdriet en de machteloosheid zien bij het verlies van een kind. Hoe dat zijn weerslag heeft op de achterblijvers en iemand kan breken. 
De auteur heeft in de voetnoten de Limburgse woorden verklaard, zoals ‘stegel’; dat is een draaipoortje (hier bij een wei). Dat had in dit geval van alles kunnen betekenen. Dankzij deze verklaringen leest het boek heerlijk door. Ook de eenvoudige manier van vertellen maakt dit verhaal een boek dat voor een groot publiek toegankelijk is. 
Ook in dit boek heb ik weer genoten van de rustige vertelkunst van deze auteur; de belevenissen beschreven van menselijk te noemen personages, uit het leven gegrepen en levend in een tijd die nog anders was dan die waarin we nu leven maar die enkelen van ons zich nog kunnen herinneren. 
En dat alles speelt zich onder andere af in het mooie Limburg dat je door de duidelijke beschrijving duidelijk voor ogen hebt.

recensie door Mieke Wijnants  ****

Sjra Rutten is het vijfde kind in een boerengezin onder de rook van de Staatsmijn Emma in Hoensbroek. Hij weet als jonge jongen al dat hij nooit ofte nimmer steenkool wil gaan delven. Wanneer hij in 1946 terugkomt van een voetbaltraining, kruist zijn leven voor de eerste keer dat van Annette Bartels, bij een ongeval met ontploffend oorlogstuig. Sjra redt Annette, de dochter van een deftige bovenmeester. De hooghartige manier waarop haar vader Sjra vervolgens bejegent, schiet hem in het verkeerde keelgat. Maar gek genoeg wordt daarmee bij Sjra ook de ambitie geboren om zélf een persoon van stand te worden.
Over de auteur:
Marleen Schmitz is geboren en getogen in Limburg. Veel van haar romans spelen zich af in deze mooie provincie. Eerder verscheen van haar o.a.: Zand en zilver, Wintervlinder, Tussen twee grenzen, Twee zussen drie levens en een aantal kinder- en jeugdboeken.
Mijn mening over de cover:
Prachtige cover die exact het verhaal weergeeft. Ook de titel past perfect bij dit boek.
Mijn mening over de inhoud:
De auteur heeft een vlotte en prettige schrijfstijl. Het boek leest dan ook heerlijk weg.
Het verhaal speelt zich voornamelijk af in Hoensbroek waar de voormalige Staatsmijn Emma lag en waar de familie Rutten woont en werkt.
De meeste inwoners van Hoensbroek werken in de mijn. De familie Rutten daarentegen heeft een boerenbedrijf waar ouders en kinderen ieder hun taak hebben. Moeder wil het beste voor haar kinderen en doet hier alles aan. Ze moeten het beter krijgen dan zijzelf. Zo ziet ze graag dat Sjra nadat hij de MULO heeft afgerond naar de Kweekschool gaat.
Leon een vriend van Sjra kan niet goed mee op de MULO en wil ondergronds bij de Staatsmijn werken. Sjra wil absoluut niet ondergronds werken, maar ook geen onderwijzer worden. Hij wil geld verdienen en bedenkt een plannetje waar zijn moeder niet blij mee is. Hij wil aanzien en niet dat op hem neergekeken wordt. Bovendien heeft hij zijn zinnen gezet op Annette, die hij in 1946 samen met Leon heeft gered toen ze gewond raakte bij ontploffend oorlogstuig. Echter Annette is de dochter van de bovenmeester. Iemand van stand en waarvoor Sjra niet meetelt.
Zal het Sjra lukken om aanzien te krijgen? Kun je van een dubbeltje een kwartje worden? Een goede baan bemachtigen en carrière maken? Zal hij een relatie krijgen met Annette? Wordt hij door haar vader geaccepteerd? In wat voor een situaties komt Sjra terecht en lukt het hem zich hieruit te redden? Hoe gaat het verder met de familie Rutten? Vragen waar je in dit boek antwoord op krijgt.
Voor mij persoonlijk waren de termen die in de mijn gebruikt werden herkenbaar en dat maakte deze roman voor mij nog leuker om te lezen. Onderaan de bladzijden wordt de betekenis van woorden en termen uitgelegd.
De prachtige Limburgse omgeving wordt mooi beschreven. Ook de karakters en onderlinge band worden voldoende uitgediept, zodat je een goed beeld krijgt van de personen.
Het is een heerlijke voortreffelijke streekroman, zoals je deze maar zelden tegenkomt. Heb deze roman met veel genoegen gelezen en vind het een echte aanrader.

 

Recensie door Trenke Riksten op boekensite De leestafel

 

Als Sjra Rutten in 1946 met zijn vriend Leon terugkomt van een voetbaltraining, hoort hij geschreeuw en gehuil. De twee rennen op het lawaai af en treffen een boer bij twee zwaargewonde kinderen. Een jongetje bloedt uit zijn borst en een meisje uit haar been. Ze hebben met een granaat gespeeld, die ontplofte. Sjra en Leon hollen met het meisje naar het dorp om hulp te regelen. Het meisje blijkt Annette te zijn, dochter van de strenge bovenmeester Bartels. De dokter weet haar te redden, maar het jongetje, Annettes vijfjarige broertje Walter, overleeft het niet.
Dit is de eerste ontmoeting tussen Sjra en Annette. Sjra is het vijfde kind in een boerengezin. Leon is een mijnwerkerszoon. Na het tweede jaar op de MULO gaat Leon naar de Ondergrondse Vakschool, waar hij leert en meteen in de mijn werkt en geld verdient. Hoewel Sjra ook graag geld wil verdienen, wil hij nooit ondergronds werken; zeker niet nadat een mijnramp het leven kost aan dertien mannen. Hij tekent na zijn MULO een contract bij de mijn De Emma als assistent-portier.
De schade door de granaatscherven aan het been van Annette is zo groot, dat zij zeer lang in het ziekenhuis moet blijven. Het been zal nooit meer volledig herstellen, ze zal altijd mank lopen. Haar moeder heeft een zenuwinzinking door het gebeurde en verblijft in een rustoord. Wanneer Annette uit het ziekenhuis mag, wordt ze door haar vader naar een kostschool in Zwitserland gestuurd, omdat hij niet voor haar kan zorgen. Als haar vader haar weer ophaalt, blijkt haar moeder zwanger. Moeder hoopt van een jongen, die Walter kan vervangen, maar het wordt een meisje, dat ze Walda noemen. Moeder stort weer in en kijkt niet naar haar dochters om. Annette neemt in de zomermaanden de zorg voor haar zusje op.
Bijna drie jaar na de eerste ontmoeting treffen Sjra en Annette elkaar weer. Annette fietst naar school op een aangepaste fiets. Haar tas valt op de grond. Sjra pakt hem op en geeft hem aan haar. Ze herkennen elkaar. Annette stelt voor nog eens over het gebeurde te praten, maar in de praktijk mijdt ze Sjra. Hij denkt dat ze dat doet omdat ze op hem neerkijkt, maar in werkelijkheid ontwijkt ze hem vanwege haar been. ‘Wat moet je daarmee?’ vraagt ze zich af.
Bij toeval treffen de twee elkaar na lange tijd weer. Ze raken in gesprek en zelfs verliefd. Ze zien elkaar in de bibliotheek, bij een bankje buiten het dorp, in de boomgaard, of, en ergens waar Annette altijd voor van huis mag: bij het kruis van Walter, waar zij dan bloemen legt. De twee houden hun relatie geheim, want Annettes vader ziet Annette, die op de kweekschool zit, een troefkaart en vindt een boerenzoon vast te min. En Sjra’s moeder ziet Annette vast ook niet zitten, met haar handicap…
Dat Sjra en Annette elkaar wel zien zitten, is al vrij gauw duidelijk in Zwarte ogen, groene ogen. Hoe het hen verder verloopt, absoluut niet. Dat kun je lezen in het boek. Maar verwacht geen liefdesromannetje, want het is meer dan dat. Naast Sjra en Annette volgt de lezer hun ouderlijke gezinnen. Hoewel het verhaal soms wat kabbelt, blijft het wel boeien en zijn er uiteindelijk veel plotwendingen. De rauwe dagelijkse realiteit wordt goed beschreven, zelfs zo levensecht, dat ik mij bijna ging afvragen of de Limburgse schrijfster het verhaal van haar voorouders beschrijft.
Deze echte familie- en streekroman speelt zich namelijk af in Zuid-Limburg, onder de rook van de mijnen. Het is in de verleden tijd geschreven en het perspectief wisselt in het begin tussen Sjra en Annette.
Het verhaal beslaat een tijdsperiode van meer dan twaalf jaar. De hoofdstukken zijn genummerd. Soms staat er een jaartal bij, meestal samen met een jaargetijde. Er zit minimaal een jaargetijde tussen hoofdstukken waar jaartallen bij staan. Soms zit er een sprong van een langere periode tussen, tot zelfs wel drie jaar.
Het taalgebruik is hedendaags en keurig. Soms wordt er mijnwerkerstaal gebruikt, maar zelfs voor mij, een echte Noorderling, is die prima te begrijpen. Ook worden die woorden in voetnoten vertaald. Alleen het woord koempel wordt niet uitgelegd, maar het leek me logisch dat dat mijnwerker moest betekenen. Ik had wel wat moeite met de naam Sjra en begreep de keus voor die naam niet goed, tot ik las dat Sjra de typisch Limburgse afkorting is voor de naam Gerard.
Het boek geeft heel mooi het leven in de mijnstreek in de periode net na de oorlog weer. De standenverschillen waren in die tijd erg belangrijk. Zoals Annettes vader het verwoordt: ‘Je bent niet zomaar iemand … Mensen verwachten nu eenmaal meer van ons, dan van gewone mensen.’
Ook werden er verschillende dingen verwacht van mannen en vrouwen. Til, de zus van Sjra die anderhalf jaar ouder is en beter kan leren, moet in huis en op de boerderij helpen. Meer dan een cursus Engels zit er qua opleiding voor haar niet in. ‘Vrouwen,’ zo zegt Annette, ‘moeten hun plaats weten. Ze moeten zich dienstbaar maken aan de man.’ Haar vader kon ook niet voor haar zorgen toen zij een tiener was en haar moeder in een rustoord verbleef, omdat: ‘Eten maken, kleren wassen, dat soort dingen kunnen mannen niet,’ aldus haar vader.
Maar weinig mensen hadden een telefoon, laat staan een auto. Voor kinderen was het een avontuur als ze op de achterbank van een auto mochten zitten. De mensen aten aardappels, groente en vlees; pasta’s kenden ze nog niet.
De titel Zwarte ogen, groene ogen is origineel, maar naar mijn mening ook wat nietszeggend. Ik kan hem ook niet goed verklaren. Annette heeft groene ogen, maar heeft Sjra dan zwarte ogen? Of slaan de zwarte ogen op de ogen van de mijnwerkers, die altijd zwarte lijnen om hun ogen hebben?
De cover laat een jonge man en vrouw zien, liggend in het gras, met op de achtergrond gebouwen die ongetwijfeld een mijnwerkersdorp moeten voorstellen. Een zeer passende cover, die ik desalniettemin iets te zoetsappig vind, omdat er meer diepgang in het verhaal zit dan de cover doet vermoeden.
Ik heb het verhaal het met veel plezier gelezen, vooral omdat het zo’n prachtige inkijk geeft in het leven in die streek en die periode. Zeker naar het einde toe leefde ik erg mee met de families. Mensen uit Limburg zullen dit boek vast extra kunnen waarderen.
Marleen Schmitz is een veelzijdig auteur, die naast diverse romans ook kinderboeken op haar naam heeft staan.