Koepelroman Schaduwreis

Heb je bij de term ‘koepelroman’ je wenkbrauwen opgetrokken? Heb je je afgevraagd wat een koepelroman nou weer voor iets is?

Waarschijnlijk is Schaduwreis de allereerste Nederlandse koepelroman. (En ik ben er stiktrots op dat ik daaraan meegewerkt heb)
De koepelroman Schaduwreis is een boek met een bijzondere structuur. Er staan dertien verhalen in, met dertien verschillende hoofdpersonen, geschreven door dertien verschillende auteurs en toch is het een roman en geen verhalenbundel. Dat komt doordat er door alle verhalen heen een veertiende verhaal geweven is en het is die overkoepelende verhaallijn die van Schaduwreis iets bijzonders maakt.
Het verhaal gaat over Nadine die aan de hand van oude, aan haar gerichte ansichtkaarten een reis door Europa maakt. Dezelfde reis die haar vader ook ooit maakte…
Niet alleen de structuur van het boek is ongebruikelijk, ook de werkwijze want de schrijvers kennen/kenden elkaar eigenlijk alleen maar via sociale media. Er moest dus heel wat heen en weer gemaild worden voordat ideeën vaste vorm kregen en er werkelijk geschreven kon worden. Ook het ontwikkelen en stroomlijnen van de verhaallijn van Nadine maakte het schrijfproces ingewikkeld, maar interessant en we zijn met zijn allen supertrots op het resultaat dat op 21 april 2018 bij Uitgeverij Bagage is verschenen.

Nanowrimo

 

Nanowrimo

In de maand november doe ik weer mee aan de Nanowrimo.
Wat is dat, Nanowrimo?
Het staat voor National Novel Writing Month, een schrijfuitdaging die in Amerika in 1999 is begonnen. Het is de bedoeling in de loop van de maand november de complete eerste versie van een roman te schrijven. Je schrijft elke dag 1666 woorden en dan heb je op 30 november 50.000 woorden. Dat is de omvang van een (dunne) roman.Elke dag zoveel woorden schrijven is best pittig. Vooral als je op dag 1 nog geen flauw idee hebt, waar je verhaal over gaat. Maar dat is ook het leuke eraan; de uitdaging met niets te beginnen. Je schrijft in hoog tempo van het ene idee naar het andere. Omdat je zoveel woorden ‘moet’ schrijven is je fantasie extra hard aan het werk en negeer je dat ingebouwde kritische stemmetje dat zegt dat je bagger aan het schrijven bent. Soms is het inderdaad bagger, maar soms zijn het ook pareltjes die je anders niet gevonden zou hebben.
Voor mij is dit de vijfde keer dat ik meedoe. Drie keer heb ik de eindstreep gehaald en van die drie hebben twee romans de uitgever gehaald. Weliswaar na de nodige herschrijfsessies, maar toch een mooi resultaat.
Nog wat meer cijfers. Tot nu toe heb ik op die manier meer dan 200.000 woorden geschreven, waarvan nog minder dan de helft in de tweede versie overeind blijft. Maar dat is niet erg. Zo ontwikkel ik ideeën, verzin verhaallijnen en bouw leesbare zinnen. Die hopelijk zullen leiden tot een nieuwe roman.

Woorden in de wind

Woorden in de wind

Vanmorgen heb ik een ballon met een brief opgelaten. Vroeger deden we dat onder toeziend oog van de zuster van de zesde klas, nu was ik in gezelschap van de mensen die mee hadden geschreven aan de nieuwe Gedichtenroute van de gemeente Schinnen.

Na enkele toespraakjes in Gasterie de Bokkereyer kregen we een ballon met een brief aan een touwtje. De brief was van de gemeente Schinnen en daarin werd de vinder uitgenodigd om onze mooie gemeente te bezoeken.

Ik liep naar buiten. Mijn ballon wilde meteen omhoog. Hij trok het touwtje strak. Maar we moesten nog even wachten op de fotograaf en intussen dacht ik aan hoe eervol het was dat mijn gedicht in de brief van de gemeente was opgenomen. Ik dacht ook aan de woorden van Tibetaanse gebedsvlaggetjes die met de wind over de wereld reizen.
Toen de foto’s klaar waren, telde de wethouder af en lieten we allemaal tegelijk de touwtjes los. Het was mooi om te zien hoe de ballonnen in de blauwe lucht verdwenen.

Plotseling kwam bij mij het gevoel dat ik als kind kreeg, weer naar boven. Hoe vurig ik toen hoopte dat mijn ballon gevonden zou worden; hoe benieuwd ik was naar die onbekende vinder en naar die onbekende plek… en hoe blij ik zou zijn met een antwoord.
Nog nooit heb ik een antwoord ontvangen.

Dus lieve mensen, zie je een ballon in het veld liggen, in een boom hangen of in het water drijven, kijk dan of het mijn woorden zijn die de wind daar neer heeft gelegd.
Want ik blijf hopen op antwoord.

Boekenmarkt

Boekenmarkt

Wat is er mooier voor een boekenliefhebber dan een goede boekenmarkt?
Niets toch? Een boekenmarkt is een eldorado voor boekenliefhebbers.
De bekendste is de boekenmarkt van Deventer. Daar heb je op een zondag in augustus zes kilometer zwart-op-witte zaligheid binnen handbereik. Langs de IJssel en in het centrum staan honderden boekenkraampjes vol kratten, dozen en bakken met daarin ontelbare boeken wachtend op een nieuwe eigenaar. Ook de boekenmarkt van Kelpen begin oktober is de moeite waard.
Jammer genoeg zit er sinds vorig jaar voor mij ook een schaduwkant aan boekenmarkten. (Nee, het was niet het moment waarop ik mijn eigen boeken aangeprezen kreeg, al was dat wel een rare gewaarwording.)
Ik liep te genieten van de enorme hoeveelheid lectuur om me heen. Ik kocht zoveel boeken dat mijn armen pijn deden van het gewicht en dat mijn tas kapot ging, maar dat was niet het ergste.
Het ging pas fout toen ik me afvroeg of ik – als schrijver – nog iets aan deze gigantische berg woorden dacht te kunnen toevoegen. Want wie was ik nou helemaal? Waarom zat ik eigenlijk uur na uur op mijn manuscripten te zwoegen? Zou ik me niet beter appeltaarten kunnen bakken? Voorleesmoeder worden? Fietsbanden plakken? Kranten bezorgen? Groenten kweken?
In elk geval sla ik dit jaar de Deventer boekenmarkt over.
Om te kijken hoe het gras groeit… en zo.

Titel

 

Titel

titel?

Ik stond onder de douche en ineens had ik hem: de perfecte titel voor mijn nieuwe roman. ‘Geweldig! Kan niet beter!’ riep ik tegen de kraan. Ik haastte me de douche uit, en terwijl de shampoo uit mijn haren drupte, schreef ik snel de titel met een lippenstiftje op de spiegel. Stel je voor dat ik hem vergat. Nagenietend van mijn goede inval las ik hem over. Ja, hij was echt goed.

Het vinden van een goede boektitel is heus niet zo gemakkelijk. De vlag moet de lading dekken, de titel moet, zoals ze dat zeggen, lekker bekken. Hij moet in het geheugen blijven hangen en liefst ook nog origineel zijn. Al achttien maanden tobde ik over de titel. Ik had mijn manuscript al drie keer herdoopt. Schamele verzinsels. Maar deze keer was het raak. Deze titel was volmaakt. Zingend stapte ik weer onder de douche, waste verstrooid mijn haar nog drie keer.
Nog steeds in jubelstemming checkte ik een kwartiertje later op google of er heel misschien toevallig een ander boek diezelfde titel had. Mijn stemming zakte meteen tot ver beneden nul. Vier hits! Vier boeken met dezelfde titel.
Soms  zijn dingen dus echt te mooi om waar te zijn.
Wat te doen? Doorgaan met piekeren?
Goede raad is duur.
Na regen komt zonneschijn.
Geen rozen zonder doornen.
Waar een wil is, is een weg.
Enzovoort…

Zelfvertrouwen

Zelfvertrouwen

Gisteren werd ik aan iemand voorgesteld die een boek wilde schrijven. Ze was net achttien en het plezier straalde van haar af, als een zon in een kindertekening.
‘Voordat ik eenentwintig ben, heb ik een boek uitgebracht’, verkondigde ze stellig.
‘O. Leuk. Goed plan.’ Iets originelers kon ik niet verzinnen.
‘Ja! Ik wil het al vanaf mijn tiende.’
Ik zag haar voor me, schriftje, pennetje, puntje van haar tong uit de mond en schrijven maar.
‘Waar gaat het boek over?’
‘Weet ik niet.’
‘O. Hoe ver ben je?’
‘Nog niet begonnen.’ Ze lachte. Om jaloers op te worden.
‘O.’
‘Ik heb nog tijd genoeg.’
Weer die stralende zelfverzekerde lach.
En omdat ik er zeker van was dat ze met die lach en dat zelfvertrouwen alles zou bereiken wat ze wilde en heb ik alvast een exemplaar gereserveerd.

Eredivisie

Eredivisie

Mijn leesclub gaat mijn boek bespreken. Het zijn stuk voor stuk ervaren lezers en de leiding is in handen van een neerlandicus.
Met klamme handjes ga ik naar binnen, haal diep adem en pep me op met de positieve reacties die ik eerder al kreeg. Tegelijkertijd vraag ik me af waarom ik het zo belangrijk vind dat het boek in de smaak valt. Omdat ik er heel hard aan gewerkt heb. Ja, dat zeker. Maar vooral omdat dit verhaal me bijzonder aan het hart gaat. Het speelt in de omgeving waar ik woon; een omgeving die nog steeds verweven is met de mijnindustrie. Je ziet het aan het landschap en de gebouwen en je hoort het terug in de verhalen van de mensen.
We beginnen. Zij praten. Ik luister.
Herhaaldelijk valt het woord herkenbaar en wanneer er vervolgens nog thema’s, motiefjes en karaktertrekken worden uitgelicht die ik met zorg in het verhaal heb verwerkt adem ik opgelucht uit.
Er wordt gepraat over de werving van de buitenlandse arbeiders, de mijnramp op de Hendrik, de industrialisering, kostgangers, rammelende kolenwagens, het penningenbord, maar ook over standsverschillen en de rol van de vrouw.
Natuurlijk zijn er ook opmerkingen over nevenpersonages die niet optimaal uit de verf komen, maar de weegschaal slaat echt wel door naar de positieve kant.
Ik ga blozen als de begeleider zegt dat dit een mooi verhaal is om te verfilmen. Wat een compliment! Daarna legt hij mijn boek bij Stad onder de grond, van Wiel Custers en Het geluk van Limburg, van Marcia Luyten en vraagt aan de groep of dat de juiste plek voor dat boek is.
Het maakt me niet meer uit wat ze daarvan zeggen. Ik lig met mijn boek in de Eredivisie… al is het maar evenE