BLOGJES

Eredivisie

Eredivisie

Mijn leesclub gaat mijn boek bespreken. Het zijn stuk voor stuk ervaren lezers en de leiding is in handen van een neerlandicus.
Met klamme handjes ga ik naar binnen, haal diep adem en pep me op met de positieve reacties die ik eerder al kreeg. Tegelijkertijd vraag ik me af waarom ik het zo belangrijk vind dat het boek in de smaak valt. Omdat ik er heel hard aan gewerkt heb. Ja, dat zeker. Maar vooral omdat dit verhaal me bijzonder aan het hart gaat. Het speelt in de omgeving waar ik woon; een omgeving die nog steeds verweven is met de mijnindustrie. Je ziet het aan het landschap en de gebouwen en je hoort het terug in de verhalen van de mensen.
We beginnen. Zij praten. Ik luister.
Herhaaldelijk valt het woord herkenbaar en wanneer er vervolgens nog thema’s, motiefjes en karaktertrekken worden uitgelicht die ik met zorg in het verhaal heb verwerkt adem ik opgelucht uit.
Er wordt gepraat over de werving van de buitenlandse arbeiders, de mijnramp op de Hendrik, de industrialisering, kostgangers, rammelende kolenwagens, het penningenbord, maar ook over standsverschillen en de rol van de vrouw.
Natuurlijk zijn er ook opmerkingen over nevenpersonages die niet optimaal uit de verf komen, maar de weegschaal slaat echt wel door naar de positieve kant.
Ik ga blozen als de begeleider zegt dat dit een mooi verhaal is om te verfilmen. Wat een compliment! Daarna legt hij mijn boek bij Stad onder de grond, van Wiel Custers en Het geluk van Limburg, van Marcia Luyten en vraagt aan de groep of dat de juiste plek voor dat boek is.
Het maakt me niet meer uit wat ze daarvan zeggen. Ik lig met mijn boek in de Eredivisie… al is het maar evenE